HET DIERENRIJK

Je kunt noch spreken van het mensdom, noch van het dierenrijk. Vanwege de evolutionaire verwantschap met dieren, behoren wij mensen eigenlijk ook tot het dierenrijk. Mensdom, dierenrijk; het is een kunstmatige tweedeling. Bovendien met volstrekt misleidende termen aangeduid. 'Mensdom' veronderstelt dat de aarde de mensen toebehoort, maar één zuchie wind en een Amerikaanse stad is van de kaart geveegd (Hé, Lamlul Bin Laden, zo doe je dat). 'Dierenrijk' is zo mogelijk misleidender, want met dieren ben je niet rijk. Ze veroorzaken gigantische overlast en dragen -behalve als consumptiegoed- niks substantieels bij aan het welzijn van de overige aardbewoners. Niet voor niks vreten ze mekaar op.

Op deze pagina's ruimte voor die helderen van geest, die de aarde liefst vandaag nog verlost zien van die stinkende, ruftende, bedreigende, stekende, bijtende, domme en aartslelijke schepsels. Mail je bijdragen naar: zeiksijs@haagsweb.nl Kaartje van de Dierenbescherming ook welkom, digitaal bezoek van het Dierenbevrijdingsfront ook.

 

Het dierenrijk

 

Geobserveerd vanuit stiekeme boomhutten

Kun je constateren:

Alle dieren zijn sufkutten

De tijger die traag in de zon wentelt

Tot ie helemaal gaar is

En wat te denken van de eenbultigen?

Ze dromen hier is en ze dromen daar is

 

 

© Karel Kanits

 

*

Er gaat niks boven dierproeven; sommige dieren smaken heerlijk!

*

 

 

Mijn kamp

 

Dieren ontlenen hun bestaansrecht aan twee voorname functies: één; ze vreten mekaar op voordat ze ons opvreten en houden zo het natuurlijk evenwicht in stand en twee; ze zijn goed geschikt voor de consumptie. De rest mag gerust uitsterven, want zo zijn de wetten van de natuur nou eenmaal.

Al sinds jaar en dag probeert de hond zich hieraan te onttrekken. Ze vreten mekaar zeker niet op en houden zo –tegen alle natuurwetten in- soorten in stand die door kunnen gaan voor levend museumstuk en die al hartstikke dood zouden zijn als de mens er zich niet mee had bemoeid. Een voorbeeld daarvan is de lapdog, de schoothond die geen andere functie kan worden toegedicht dan het warm en nat houden van het kruis van zijn of haar bezitter. Maar dat zal die beesten een rotzorg zijn; hun enige zorg is het zoeken van bescherming en veiligheid en in feite willen ze niets liever dan terug de baarmoeder in.

 

Voor de consumptie zijn honden uiterst ongeschikt, want ze zijn niet te vreten. Natuurlijk zijn de experimenten van innovatieve Chinese restaurants wijd en zijd bekend, maar ze zijn stuk voor stuk mislukt. Doodeenvoudig, omdat een chihuahua-à-la-crème niet te hachelen is en een bouvier-haché –hoe zorgvuldig ook bereid- een regelrechte belediging voor de smaakpapillen vormt.

Dat komt, omdat de hond van nature een uiterst smerig beest is. De domesticatie van dit ‘afval van de natuur’ heeft ervoor gezorgd dat de hond totaal is vervreemd van de minimale natuurlijke neiging tot zelfverzorging. Een hond is in feite te smerig om beet te pakken, want stinkt uit alle gaten en uit zijn vacht. Een stinkdier wordt ten onrechte zo genoemd, omdat de hond dit aandoenlijke diertje in penetrante onverdraagzame stank verre overtreft. Een poes –toch ook gedomesticeerd- heeft nog de eigenwaarde om zich met regelmaat schoon te likken en heeft daarmee zelfs een krachtige impuls gegeven aan een variant in het seksuele repertoire van de mensheid. Maar een hond heeft een onuitsprekelijke angst voor alles wat naar hygiëne riekt en heeft zich daarmee met succes in de positie van paria van het dierenrijk gemanoeuvreerd.

Psycho-animaal onderzoek heeft uitgewezen dat het overgrote merendeel van de dieren zich kapot schaamt voor het verschijnsel hond. Zo voeren de zeehonden al jarenlang vruchteloos actie om van de voor hen beledigende naamgeving af te komen. En de vliegende honden, behorende tot de gedistingeerde familie der vleermuizen, hebben zelfs terreuracties aangekondigd.

Laten we met zijn allen hopen dat die agressie zich rechtstreeks richt tot de honden zelf; tot die ten onrechte zo uitgelaten reagerende wandelende schijtbakken. De hond, die aanfluiting van de natuur, die gedegenereerde scheppingsfout, die door een geretardeerd deel van de mensheid wordt geprezen om zijn aaibaarheid en die door menige frustraat wordt beschouwd als het substituut voor zijn of haar partner. De hond, die geen excuus voor zijn bestaan kan hebben en die als soort de Tweede Wereldoorlog heeft overleefd, simpelweg omdat Hitler zelf ook zo’n gedegenereerde fetisjistische hondenliefhebber was.

 

Uit respect voor onszelf en al het overige dat groeit en bloeit, dienen we te streven naar een hondenloze samenleving.Voor de ontredderde baasjes zoeken we dan wel een prachtige bosrijke omgeving, waar ze onder deskundige begeleiding hun vrouwtjes kunnen commanderen, hun kinderen stokken kunnen laten zoeken en waar ze regelmatig bukkend bij een boom en nostalgisch met de rechterachterpoot omhoog, langzaam kunnen resocialiseren tot een mens met eigenwaarde.

Want laten we wel wezen; als hondenbezitter ben je toch aardig gedegenereerd als je je door zo’n gierend uit z’n bek stinkende wolbaal van kruin tot kruis laat aflebberen, net nadat die befkeffer uitgebreid aan de walmende schijthoop van een soortgenoot heeft staan likken.

En je bent toch aardig afgedreven van je menselijke waardigheid als je je als een geboren grensrechter -gekleed in je trainingspak met gouwe ketting- in het winkelcentrum begeeft, geflankeerd door twee kort aangelijnde Bordeaux-bulldogs, die uitsluitend zijn aangeschaft omdat ze zo mooi bij het Louis Seize-bankstel kleuren. Dagelijks afgeblaft en gecommandeerd door de uitkerende instantie, je baas, je wijf, de opgroeiende koters, je buurman of elke willekeurige middenstander verhaalt zo’n Limbrosotype dat bij voorkeur op een welhaast nazistische manier op het volmaakte slachtoffer: de hond. De hond, die –hoe herkenbaar voor het baasje- van zichzelf al zo weinig eigendunk heeft dat ie zich nog liever alle kanten op laat commanderen dan dat ie de dagelijks bij het uitlaten geboden mogelijkheden tot ontsnappen benut.

 

En dan hebben we het nog niet eens gehad over al die latent lesbische huisvrouwen die bij de aanschaf van het vervaarlijk hijgende teefje stiekemweg de ruwheidsgraad van die altijd natte tong hebben gecontroleerd. Menig voortijdig ontslagen kostwinner vond bij zijn onverwachte thuiskomst dan ook letterlijk de hond in de pot.

 

Alle reden dus om tot de definitieve eliminatie van die walmende strontvreters over te gaan.

Te beginnen met alle honden die Fikkie heten. Die vragen er gewoon om om in de hens te worden gestoken.

Voorts is het zaak om slapende honden nooit meer wakker te maken en ze na hun comateuze rotting aan lijmfabrieken toe te vertrouwen en ze daarmee alsnog enige maatschappelijke waarde te verschaffen.

Met alle soorten van genoegen zal ik dan de resterende schijtbakken willen bedienen met het laatste, want definitieve commando:

 

“Ga liggen! DOOD!”

 

© Karel Kanits

 

I just love chicks...

 

 

Blaffend schaamhaar

 

Daar lag zij bevallig op de bank

Zo tevreden, vredig en zo rank

Toegegeven: zo innig dubbelgevouwen

Is een teckel wel om van te houwen

 

Maar onder invloed van zwaar bier

Werd het meer dan een lekker dier

Ze kreeg een ongekende aantrekkingskracht

Zo vrouwelijk, zo vlezig, wulps en zacht

 

O, zalige cunnilungus! Maar wacht es effe

Eén lik en het beest begon te keffen

Door de reactie van het beest was m’n geilheid bijna pleite

Maar ach, wat dan nog? Blaffend schaamhaar zal niet bijten

 

© Karel Kanits

 

 

Natuurlijk evenwicht

 

Als gevolg van het broeikaseffect rukt de palmboomgrens op tot de kusten van Groenland. De tijd is niet ver meer dat we zonvakanties gaan boeken aan de arctische rivièra. De ‘polar bear’ zal nog slechts een merknaam zijn voor exclusieve noord-Canadese badkleding. In die zin is het pleit reeds beslecht voor de ijsbeer: hier en daar nog één in een verwaarloosde middeneuropese dierentuin en voor de rest uitgestorven. Opgezet in het museum naast de mammoet en de dodo.

 

Daar waar mogelijk, maar vaak tegen beter weten in, proberen milieuorganisaties nog te redden wat er te redden valt. Hun ultieme doel is het herstellen van het natuurlijk evenwicht. Onder meer vanuit die overweging is men overgegaan tot zulke extremiteiten als een zeehondencrèche en een zebraveulenpeuterspeelzaal.

Dat men in de zorg kan doorschieten, blijkt nu uit de overpopulatie aan zeehondjes in de Waddenzee en wijde omstreken. Er kan geen schip fatsoenlijk door een vaargeul gaan of men hoort het knerpende geluid van brekende schedeltjes. Omdat het zeehondenbont op die manier ook geen flikker meer opbrengt, is er nu een speciaal werklozenproject opgezet om het evenwicht tussen het aantal zeehondjes en de vierkante meters beschikbare respectievelijk benodigde habitat te herstellen. De –meest- langdurig werklozen krijgen vooraf een speciaal voor hen opgezette knuppelcursus en hebben vervolgens de opdracht om een dagmoyenne van minimaal vijfduizend zeehondenlijkjes te halen. Zo snijdt het mes aan twee kanten: het wordt minder verdacht om je in zeehondenbont te hullen -want je werkt mee aan het herstel van het natuurlijk evenwicht- en werklozen doen uiterst relevante werkervaring op.

 

Voor het overige valt er in Nederland weinig meer te herstellen. Het natuurlijk evenwicht is al sinds mensenheugenis de legitimatie voor het verschijnsel ‘jager’. Het is zelfs zo dat er een enorm overschot aan jagers is ontstaan bij gebrek aan voldoende wild om af te schieten. De regering overweegt nu serieus om dit overschot weg te werken met behulp van de inzet van TBS’ers die een taakstraf opgelegd hebben gekregen, die in het verlengde ligt van hun moorddadige delicten.

 

Een heel ander verhaal speelt in Noord-Brabant, van oudsher de bakermat van de varkens. Als gevolg van de varkenspest van enkele jaren geleden is het aantal varkens nog steeds schrikbarend laag. Zelfs zodanig dat de nog resterende populatie zich in een te laag tempo voortplant om de soort in stand te kunnen houden. Varkens zijn lui, ook waar het gaat om het hebben van vleselijke gemeenschap. Daarom wordt nu –eveneens in het kader van arbeidsreïntegratie- letterlijk de helpende hand toegestoken. Driemaal daags wordt het sperma bij de beren –de mannetjesvarkens- afgetapt. Dat vergt overigens de nodige organisatie en tevens de selectie van geschikt vrouwelijk personeel. De beren zijn namelijk tamelijk kieskeurig en laten zich alleen ‘behandelen’ door apetijtelijk uitziende, kortgerokte en welgevormde dames van voor in de twintig. Driemaal daags zorgen nu zo’n veertig ‘meisjes’ voor een massaal tevreden geknor in diverse veehouderijen in West-Brabant. Naast een basisloon, ontvangen de vrouwen een bonus voor een minimaal aantal afgewerkte varkens. Ook hier snijdt het mes aan meerdere kanten, want behalve de spreekwoordelijke werkervaring die men hiermee opdoet, blijkt ook nog eens het seksleven van veel van de dames een belangrijke impuls te hebben gekregen. Zonder uitzondering zijn hun partners en echtgenoten enthousiast over de toegenomen prestaties in de echtelijke sponde.

Een enkele keer echter gaat het minder goed. Zo zijn er vrouwen bij die affectie en liefde ontwikkelen voor één beer in het bijzonder, verrukt als ze zijn over de schier oneindige productie waartoe de varkens in staat blijken. Het aantal buitenechtelijke verhoudingen in dit nog jonge beroep is dan ook opvallend hoog. Evenmin is dit werk van gevaren ontbloot. De eerste twee dodelijke slachtoffers zijn reeds gevallen. Eén van hen is doodgedrukt onder het goedbedoelde overgewicht van een hevig opgewonden beer en de ander is gestikt in het varkenszaad dat letterlijk alle luchtwegen en poriën afsloot.

Men heeft direct maatregelen getroffen en een roulatiesysteem in het leven geroepen, waardoor de dames maximaal één keer per jaar dezelfde beer een handje kunnen helpen. Tevens moet het afgelopen zijn met het naspel; direct na de handeling dient men de stal te verlaten en ook is er een rookverbod ingesteld.

In de voorafgaande training worden de dames er ten overvloede nog eens nadrukkelijk op gewezen dat hun bemoeienis van zeer korte duur dient te zijn.

 

En dat is een les die we in het algemeen kunnen trekken uit de actieve bemoeienis van de mens met de natuur. Die dient van korte duur te zijn, heel even maar. Het voorkomt aan de ene kant overbevissing, het uitsterven van planten en dieren en de kaalslag door ontbossing. Anderzijds voorkomt het de oververtegenwoordiging van één bepaalde dieren- of plantensoort. Of, zoals in bijvoorbeeld in zeehondencrèches of in vormen van miereneteropvang op de loer ligt; een onnatuurlijke vorm van wederzijdse affectie met alle risico’s vandien.

 

Op de beteuterde vraag van een lippentuitende cursiste van de varkensmasturbatiecursus of het écht maar heel even is toegestaan je intiem in te laten met een mannetjesvarken, paste als enig juiste antwoord:

 

“Natuurlijk even, wicht!”

 

 

© Karel Kanits  

 

 

*

Ik had eerst een stressbal, nu heb ik een knijpkat

*

 

  

Nou nog die stront van m'n schoenen...

 

Naar de overige pagina's:

Ornitho, Publicaties/optredens/recensies, Geschiedenis van Den Haag, Aforismen, Deutschland  über alles, Zinnen-aanvultest, Het Vergeetregister, Roddels, Onsch Kooningshuisch, Het Haags Woãhdeboek, Het Spogtkatern, Rijmpies, Niets zo charmant..., Scheldwoordenboek, Irritaal, Spreekwijzen, Beledigingen, Lekkere Wijven.nl, De Bevrijding, Alzheimer? Vergeet het maar!, Waar gaan we dit weekend naar toe?, Krantenkoppen, Gevleugelde dialogen, Misverstanden, What's in a name?, Bio, LINKS