ZEIKSIJS

 

 

MALEIS DAGBOEK 2008

 

DAG 1 

In het gezin Prins -van oudsher een geslacht van psychologen- maken vader en dochter vlak voor vertrek nog even de tijd zoek met wat diagnoses over elkaars psychisch welbevinden.

"Je mankeert duidelijk iets aan je parentaal kwab!", aldus dochterlief over vader's pedagogische kwaliteiten.

Als ik aankom nadat ik ben afgezet (in één zin ben ik kilo's zwaarder en veel geld lichter), kijk in de ogen van iets dat gelijkenis vertoont met een rechtopstaand varken, voorzien van een weelderige bos krullen. Het blijkt de chauffeur van ons busje te zijn, die ons naar Düsseldorf Airport zal brengen. Onderweg blijkt het een onverstaanbaar sympathieke gozer te zijn die volop weet te vertellen over concert- en festivalervaringen.

Als de Prinsjes eindelijk op orde zijn nestelen ze zich, met mijn prinses -Maika- in het busje.

Op het vliegveld worden we herenigd met de familie Varkevisser en met enige vertraging komen we aan in Berlijn Tegel. Dat zijn naam alle eer aandoet, want wij bewegen ons na het inchecken op een wel heel beperkt gebiedje. 

En dan voor de tweede keer het vliegtuig in. Heb een beetje weerzin tegen het feit dat ik m'n lot totaal in handen leg. Stijgen gaat nog wel, maar ik heb daalangst. Ben  iemand met complezen: zo durf ik niet naar de Chinees; afhaalangst.

' s Avonds in het vliegtuig naar Bangkok openen we steels onze gesealde wodka en worden langzaam prettig aangeschoten. Ze kunnen ons wel schieten, want vlak voor aanvang van de reis hebben we onze Duitse medepassagiers reeds vermaakt met mijn ringtone:

' Nimm Ihm in den Mund! Nein! Es stinkt!'

Juist als ik Chiel een compliment maak over zijn zichtbaar afgenomen lichaamsgewicht, komt er via het roulerende aircosysteem een walm tot mij, die mij ervan overtuigt dat afvallen slechts gepaard gaat met de productie van de geur van rottende, madenproducerende bunzinglijken.

Achteraf blijkt het Eva te zijn die behalve veel lucht ook wind blijkt te produceren.

Als ik na een hazenslaapje ontwaak, blijkt Ria aan m'n voeten te liggen.

Zo heb ik het graag.

 

DAG 2

We arriveren rond 1 uur in Hotel Twin Towers in Bangkok. Vanwege m'n jetlag me nog even onledig gehouden met het gooien van papieren vliegtuigjes naar de andere toren. Had ineens 11 september in m'n hoofd. Schuld van m'n dochter en Eva, die geheel onverwacht en spontaan bij aankomst op Bangkok Airport de bagage in de taxi stonden te mikken.

"Wat zijn jullie nou aan het doen?", aldus mijn verbaasde vraag.

"O, samen inladen"

Vervolgens de wilde verhalen aangehoord van de ploeg die 2 dagen voor ons was vertrokken. Niks cultureels over Wat Po, het grootste tempelcomplex van Thailand. Nee, de hoeren van Patpong hadden de grootste indruk gemaakt. Zo was er een prostitutie-uitvoering van Bettine Vriesekoop die -uiteraard tegen betaling- bereid was tot een spelletje vaginale pingpong. En was er venerische hoer die cola -via haar ranzige zuiger- wist te veranderen in pasSOA.

Voor het eten nog effe happy hour met Hans, Chiel en die hele ploeg jonge gasten die deze vakantie tot een feestje zouden maken. Fijn om tweederde van mijn grootste trots -Jordi en Maika- weer bij me te hebben.

Bangkok verder niet gezien, maar alleen maar lekker zitten zuipen in een Beergarden in Patpong. 

Op de kamer van Sara met Ria, Eva en Hans nog de allerlaatste restjes alcohol uit de omgeving gezogen (haarversteviger, betadinepleisters, bloemenwater) en me vervolgens terug getrokken in mijn eengezinswoning op de achtste etage van de zuid-toren.

 

DAG 3 

Toch maar te vroeg opgestaan. Hiertoe aangespoord door Hans de avond ervoor. Er moest nog zoveel: ontbijten, zwemmen, Mekongwhiskey inslaan en... herbevestigen. Dat laatste houdt in dat je nog maar eens benadrukt dat je terug naar huis wil zoals afgesproken. Je hebt namelijk een ticket van rond de duizend Euro betaald om de omweg naar huis te maken die vakantie heet. Je wil uiteindelijk toch weer terug. Niettemin moet je, zoals in dit geval, naar het in het hotel gevestigde agentschap van het reisbureau om tot het uiterste getergd uit te roepen: ' Jaaaahaaaaaaaa!'  op de vraag of het wel echt je vaste voornemen is om het vliegtuig terug te pakken. Gedoe om niks.

Op mijn voucher staat dat ik op de vijfde geacht word te ontbijten. Om negen uur niemand van ons daar gezien. Van de Varkevissers weet je gewoon dat die altijd wat speling nemen met de tijd

(' Wat? Hoe laat word ik begraven? Kan dat niet een uurtje later?'), maar dat die laffe Prins dan toch nog op z'n nest lijkt te liggen rotten valt me tegen. Dan maar eerst de terugreis bevestigen door op de tweede etage de man van het reisbureau bij de revers uit z'n bureaustoel te rukken en heel hard in zijn zwetende gezicht  "JAAAHAAAAAAAAA!!!!"  te roepen, nadat hij mij voor de derde maal had gevraagd: 'Ja, maar weet u dat nou echt wel héél zeker?'.

Terug naar de vijfde. Half tien; het ontbijt loopt ten einde. Niemand van onze groep gezien. Dan maar wat overgebleven schraapsel op een slappe witte boterham geveegd, dat olijk  staat aangekondigd als scrambled eggs. Het leek qua smaak exact op waar het uiterlijk nog het meest op leek: de laatste menstruatie van m'n cholerische tante Julia.

Mismoedig met m'n bagage beneden in de enorme toegangshal gaan zitten en eindelijk druppelen de eerste bekenden binen. Ze blijken gezellig met z'n allen in het restaurant op de begane grond te hebben ontbeten. Of ik niiet wist dat iedereen daar zat. NEE DUS! Nee, ik ga geheel vrijwillig in m'n eentje met tegenzin m'n tanden zetten in het laatste ongebruikte ei van m'n tante, nou goed?

Klein nadeel van mijn latere bijboeken.

Afijn; lekker boodschappen gedaan (Mekong-whiskey) en toen met een heel aangename dame, Michelle, afgesproken dat onze bagage per busje naar het station wordt gebracht. Jammer dat Hans erbij was, die zo nodig iets bijdehanter dan ik moest zijn door haar te vragen wat ze doet als ze niet hoeft te werken. Prompt kreeg ie haar telefoonnummer.

Met Hans in het bagagebusje naar het station. De ruw geschat 5 ton aan koffers en tassen in de fucking bloedhitte staan uitladen. Net klaar en waarschijnlijk hebben de overige 19 dit moment afgewacht, want vlak daarna kwamen zij het station binnen wandelen. Na enig gejakker zitten we een minuut of 5 later in onze eigen wagon. Het maakt mijn deels Joodse bloed wat onrustig. Maar we reizen redelijk comfortabel, al moet je niet nadenken bij het feit dat  ons voedsel uit dezelfde richting komt als waar het via onze stofwisseling uiteindelijk terechtkomt. en die kakkerlakken in je bed... Ach, ligt er ten minste nog iemand naast me deze vakantie.

Voordat het zover is decoreert ons nageslacht de coupé met foto's uit de Playboy en zuipen we een gat inde nacht. Zowel de Mekong van Hans als die van mij wordt vacuüm getrokken. Als we overschakelen op de wodka, haak ik af. M'n kakkerlak ligt al veel te lang alleen.

 

DAG 4

Het schijnt dat de NS zich met het Zuidoostaziatische spoorwegnet bezig heeft gehouden, want met 3 uur vertraging arriveren we in Sunga Golok. De grens met Maleisie. Om half 7 zijn we echter al wakker gemaakt. Met de smaak van de oksel van een 102-jarige in m'n bek strompel ik richting de gootsteen om met de onderweg verzamelde lauwe pis van m'n medepassagiers m'n muil te schrobben. Symbolisch gooi ik wat water in mijn gezicht, maar van schrik vormt zich daar spontaan een tiental nieuwe huidplooien. Voordeel van ouder worden is dat ook je zicht vermindert, dus de aanblik in de spiegel valt dan wel weer mee.

Ontbijten is het juiste woord voor wat daarna volgt. Omdat ik nog de kramp in mijn kaken heb van het lachen en zuipen van de afgelopen nacht, is er geen sprake van bijten. Het gepocheerde ei zuig ik dan ook naar binnen. Het geluid was congruent met de aanblik: weinig charmant.. Geen wonder dat ik alleen maar kakkerlakken aantrek.

Op onze -voorlopige- eindbestemming laden we gehaast weer drie pallets met bagage uit. Iedereen heeft een selectie van zijn mooiste zwerfkeien meegenomen op vakantie. En die zetten we vervolgens  manhaftig op onze bult. Te trots om zaken te doen met de aasgieren die taxivervoer hebben te bieden, besluiten we de laatste kilometer naar de grens te voet af te leggen.

De Thaise douane werkt vertragend. Ze hanteren een bureaucratische arrogantie, waar het voormalige Oostblok jaloers op zou zijn geweest. Straks moeten we nog jakkeren om op tijd de boot naar de Perhentians te halen. Gelukkig gaat het een stuk sneller aan de Maleise kant. Maar die zijn dan ook met succes de beste grenspost van Maleisie geworden, aldus een trots affiche. Dat Maleisie maar één grens -die met Thailand- kent, vermelden ze er niet bij.

Ruim na tweeën nemen we plaats in een airco-bus. Omdat we grote haast hebben, gaan (grote) Eva en Ria eerst nog op hun dooie gemak bananen inkopen bij een marktkraampje. Achteraf een goeie keus, want we hebben de boot gehaald en die bananen waren broodnodig, aangezien we niet voor een lunch konden stoppen onderweg.

In Kotha Baru ontmoeten we Harry, die onze hele reis door Maleisië uitstekend heeft geregeld. Handig zakenmannetje ook, want net als ik 1500 RM heb opgenomen, weet ie me alweer 1400 RM afhandig te maken. Kreeg ik natuurlijk allemaal weer terug van m'n reisgezelschap, maar wat blijft knagen: waarom zocht ie mij uit?

Mocht je denken dat Kotha Baru in de buurt van Kuala Beisut ligt, dan heb je volledig gelijk. Maar onze buschauffeur rijdt op z'n dooie akkertje, dus we zitten nog ruim anderhalf uur in de bus. Tja, van een dood akkertje valt niet te vreten. Als we eindelijk in de haven arriveren, herkent onze chauffeur dat niet als zodanig. Hij stapt uiteindelijk dan maar uit en z'n hele motoriek straalt stress uit: hij staat effe een sigaretje te paffen. Tja, je mocht eens een burn out krijgen. Kan je mooi op je dooie akkertje gaan liggen. Tien minuten later zitten we aan boord van de Harry die Ferry voor ons heeft geregeld, of andersom. Aan boord een demonstratie van het reddingsvest door Eva die daarmee aangeeft graag onderwaterstewardess te worden.

Iets minder dan 2 uur later arriveren we op een idyllische plek. Ons resort Coral View ligt op een uitstekend punt. Namelijk op een uitstekende punt van een blue lagoonachtige baai met bij eb droogvallend koraal en tidepools met kleine visjes en ander watergespuis. Net als we besloten hebben daar van te genieten, steekt er een windvlaag op, draait Jezus de lichtknop van het hemelse schijthuis om en spoelt Ie door. De eerste (en tevens laatste) tropische regenbui. Beetje beduusd staan we met de sleutel van ons onvindbare huisje op de veranda van Jordi, Leon en Michel de bui af te wachten. Ons huisje blijkt niet aan het strand te liggen, maar ergens hoog op een apenrots. Te bereiken via een ingewikkeld stelsel van trappen en vlonders. Onderweg 3 dooie Nederlanders gezien; naar verluidt hadden ze een oriëntatieprobleem.

Ruben regelt dat onze bagage naar boven wordt gebracht in de loop van de avond. Fijn plan, want ik was al van plan om boven in de apenrots te gaan slapen en dagelijks, beneden aan het strrand, een schone onderbroek uit m'n tas te vissen.

Het eten in het #*(&%! alcoholvrije restaurant smaakte goddelijk. Vooral als je bestelde bij dat ene meisje met die sluier.

 

DAG 5

Deze reis deel ik de kamers in hotels en resorts met Daan. Stil type met onverwacht gortdroge opmerkingen, die geheel z'n eigen gang gaat. Al hangen we in een ondoordringbare bush ergens in een boom; Daan weet dan toch z'n laptop aangesloten te krijgen. Om vervolgens een sigaretje paffend, in verbluffend HiFi, naar Romeinse vechtfilms te kijken. Deze ochtend heeft Daan het heen en weer. Welgeteld 857 keer maakt hij de gang van onze kamer naar de aangrenzende veranda. En dat vanaf ca. half 7 's ochtends. Een van de pillen strak staande ADHD'er is daarbij vergeleken een dooie ingeslapen klootzak. Omdat ik toch niet kan slapen, pak ik een boek. Tussen pakweg half 8 en 9 uur heb ik één alinea gelezen. En dan ook nog als een hoogdravend kunstzinnig bedoeld gedicht: de woorden apart begreep ik wel, maar in samenhang met elkaar kon ik er niks van brouwen. Toen Daan (eindelijk) voor het ontbijt vertrokken was, heb ik stiekem de versleten scharnieren van onze voordeur vervangen.  

Deze dag is er één van beetje zonnen, beetje zwemmen, beetje zuipen, beetje lezen, beetje lachen. Beetje vakantie dus. Opvallende feiten: Hans die helemaal vol is van het feit dat ie een waterschildpad heeft gezien en zijn verontwaardiging dat een hem toegeworpen bierblikkie bij opening voor driekwart leegspoot. Verder Chiel, die getooid met strakke bril en tegen de zon aangeschafte hoed, nog het meest weg had van Al Capone die een baantje trekt. 'The Man With The Hat' was geboren, maar daar komen we nog op terug. Tot slot zwol mijn vaderlijke trots tot enorme proporties toen mijn zoon blijk gaf van zijn enorme tolerantie en zei het helemaal niet erg te vinden dat alle inheemse meisjes gesluierd rondlopen. "Je moet je pik toch ergens aan afvegen?"

Maar zonder dollen: met die sluiers werd de schoonheid van die meisjes wel benadrukt.  

's Avonds driekwart meter vis naar binnen gewerkt; van de graten kon je een dinosaurus-skelet reconstrueren. Vervolgens cocktails zitten zuipen, iets verderop. Prettig aangeschoten met z'n allen ons rotshutten opgezocht.

Klein incident: onze eveneens aangeschoten jeugdige medereizigers maakten een zodanige teringherrie, dat een Nederlands gezinnetje met twee jonge kinderen niet kon slapen. Hoewel Hagenezen in den vreemde altijd een gezonde annexatiedrift kennen, was een klein ploegje met Eva als aanvoerster daar net effe te weinig diplomatiek mee bezig. Het leidde tot een aanvaring tussen haar en mij, waarbij opviel hoe rijk de moeder aller talen toch wel is aan voorheen niet bestaande ziektes en afwijkingen. Uiteindelijk besloten omze jonkies verstandig te zijn en het strand op te zoeken. Eva, luid kankerend voorop, die daarmee een geheel eigen invulling gaf aan het begrip Eva Cuatie.

 

DAG 6   

Ik heb een beroerde nacht achter de rug. Nee, Daan had z'n ADHD onder controle. Ik was al zo blij en aangenaam verrast dat ik nog geen spoor van buikloop had. Doorgaans kantelt mijn metabolisme zo'n 180 graden als ik, waar ook ter wereld, een bepaalde breedtegraad passeer. Dan kan het gebeuren dat ik nog in het vliegtuig, als een terrorist van Al Kakma, aan de lopende band anale kneedbommen aan het samenstellen ben. Ik heb dan ook geen vakantiedia zonder dat ik erop sta met vakantiediarree.

Tot dusver was er echter niks aan de hand. Maar nu knijpen onzichtbare handen m'n darmen als een tube leeg.

Omdat onze badruimte tevens de WC herbergt en er een groot lek zit op de aansluiting tussen pot en stortbak, staat deze ruimte per definitie blank. 's Nachts naar de WC gaan vergt de beschikbaarheid van kaplaarzen. Heb ik niet, dus bovenop alle anale ellende komt ook nog eens het gore idee dat je daarna met natte poten weer je nest in moet stappen. En effe rustig m'n geveterde tropenschoenen aandoen terwijl de endelarmpaté uit m'n reet kruipt, verdient geen aanbeveling. En slippertjes heb ik niet; die maak je.

Niettemin sta ik 's middags, getooid in zwembroek, klaar om mee te gaan snorkelen. Op het laatste moment haak ik toch maar af. Ik zie weer een golf aankomen en het heeft niks met de zee te maken. Als mijn reisgenoten uit het zicht zijn, maak ik mij op om de jungle te verkennen op geschikt sanitair. M'n lichaam duldt echter geen uitstel en gehaast ontdoe ik mij van m'n T-shirt en schoenen en zwem een eind de zee in, langs 'onze' aanlegsteiger. Dan volgt er een kleine onderwaterontploffing en kleurt het water om mij heen beige-bruin. Plotseling kan ik de bodem niet meer zien. Gevreesd moet worden voor de plaatselijke koraal. Dan voel ik tot twee keer toe iets tegen m'n knieën bumpen. Niet begrijpend staar ik watertrappend in m'n eigen aangelengde stront. Het volgende moment wordt ik beetgepakt en richting aanlegsteiger gesleurd. Twee Maleisiërs hebben me in een houdgreep en schreeuwen "Easy now! Easy now!" in m'n oor. Ze werken me de kant op. Althans; ik verleen m'n medewerking door de steiger te beklimmen. Hijgend staan de twee me te troosten.

"Don't worry. Just seaturtle, just seaturtle! No need to be afraid!"

Beduusd sta ik daar in de felle zon met een stinkende besmeurde zwembroek. Dan dringt tot mij door wat er in hun ogen moet zijn gebeurd. Dat ik van angst in m'n broek lag te schijten, omdat er dus zo'n klote-schildpad tegen me aan botste. Even komt het in me op om uit te leggen dat het eerder andersom was; dat die ninja-turtle op mijn schijt af kwam. Maar ja, leg dát dan eens in je voordeel uit...

Als ze zich even afwenden, spring ik de steiger weer af.

Effe de was doen.

Amper op het droge en aangekleed, kom ik Daan tegen. We besluiten te gaan lunchen. Het loopt immers tegen vijven.

Dan komt de hele troep weer op het droge met enthousiaste verhalen over paradijselijke snorkelplekken. Ze hebben echter geen haaien gezien. Doet mij stiekem goed, want nagenoeg iedereen heeft al iets exotisch waargenomen. Een olifant (in Bangkok), een slang, een varaan, een reuzenschildpad. Ik heb tot dusver genoegen moeten nemen met mussen en eekhoorns. Van het soort dat in Clingendael op je schouder komt zitten.

's Avonds gekaart met Michel en Jordi. Wij -Ria en ik- verloren nipt. Het is dan ook alweer 20 jaar geleden dat ik lid was van klaverjasvereniging 'Natte Nel'.

 

DAG 7

Om 6 uur ging de wekker! Net als bukken, werken en Nederlandstalige muziek is de wekker de 'worst nightmare'. Dáár komt het humeur vandaan, dat leidt tot bumperkleven en atoomoorlog. Maar ja, we moeten de boot van 8 uur halen. Want om 10 uur staat op het vasteland ons vervoer naar de Taman Negara te wachten. Geheel vrijwillig verlaten we het paradijs om naar de hel van het regenwoud te gaan. Stond dat echt zo in de folder? 

Met platbodems worden we naar de ferry gebracht. Onderweg weer bijgelegd met Eva. Allebei weten we heel goed wat we met kleine conflicten en in hun zelfgegraven kuil geflikkerde Duitsers moeten doen: zand erover!

Net aan wal of onze buscoach rijdt voor. We nestelen ons en rijden weg. We liggen zowaar voor op schema. Dan -voor m'n gevoel hebben we al 300 kilometer afgelegd- klinkt er verschrikt door de bus dat we Michel zijn vergeten. Ik had net het voornemen om zijn altijd oplettende ouders een compliment te maken over hun zoon.

"Je hoort hem niet, hè?", had ik willen zeggen.

Logisch ook, want hij wás er niet eens.

We stoppen langs de kant en binnen 5 minuten wordt Michel ons nagebracht. Hij had ons niet gehoord. Redelijk argument, gezien het feit dat z'n linkeroor al dagenlang verstopt is (en niemand hem wilde vertellen waar. Beetje kinderachtig).

Het werd een lange rit, ook al vanwege de vele rookstops en pisscalls. Tegen zevenen arriveren we in Taman Negara, in het Woodlands Resort. Met Daan nestel ik me in ons inmiddels vijfde verblijf in zeven dagen. Ditmaal een uiterst gerieflijke, van airco voorziene hut op palen.

We zijn nog net op tijd om te eten en dienen vervolgens aan te treden voor een avondwandeling door de jungle. Onze gids komt van deze streek.Kent het oerwoud op z'n duimpje en heeft het vak van gids duidelijk in de vingers. Achteraf beschouwd beetje misplaatste beeldspraak. Bij gebrek aan vingers wordt hij al snel Co Stompé gedoopt. We hebben niet het lef te vragen hoe Co aan zulke misvormde handjes komt. Lepra? Handen gewassen met piranha-zeep? Of getrouwd met zo'n wijf die na de vingers de hele hand neemt?

Hoe dan ook, hij staat ons uiterst luchtig gekleed te woord en moet lachen om de gevaren van muggen en teken. Daar sta ik dan mooi voor lul: lange broek, lange mouwen, petje, dampend van de DEET (in de avond opgebracht, dus volgens Hans een blind DEET). Na drie meter lopen gutst het zweet langs m'n bilnaad. Nog voor we de jungle hebben bereikt -eerst een rivier over en dan zeven trappen omhoog- sta ik al naar adem te happen. Inmiddels uitgelachen en beschimpt door de Maleiers. Over plankieren trekken we in het pikkedonker door de jungle. Deze oerwoudguerillero was op alles voorbereid, maar was dus wel een eenvoudig zaklampie vergeten in te pakken. Onbeholpen strompel ik op het geluid van de rest af. 'Stompie' blijft bij zo'n beetje alles wat beweegt stilstaan voor een ouwehoerpraatje. Na de mussen en de eekhoorns, wordt mijn aandacht nu gevestigd op een duizendpoot. Ik gaap uitbundig en stel vast dat het nichterig kronkelende beest op zoek moet zijn naar z'n damestasje. Na ruim een uur zijn we klaar. Ik heb veel te warm gekleed een avondwandeling gemaakt in het donker en gekeken naar insecten die ik niet heb gezien. Geen verhaal waar ik in de kroeg mee aan kan komen, dacht ik.

 

DAG 8

Op het laatste moment besluit ik om toch maar mee te gaan naar de Canopy-walk. Ik had weer behoorlijke last van m'n knie gekregen de avond ervoor. En om nou weer die tyfushitte in te gaan. Maar ach, de jungle tocht. Dus misschien valt het mee. En zoiets heet toch niet voor niks de Canapé-walk. Het is net als m'n geboorte; achteraf had ik het niet willen missen. Luchtig gekleed ging ik met m'n DEET op pad. Het eerste gedeelte viel hard mee; we werden met een busje naar de rivier gebracht, vandaar in een bootje en dan aan de wandel. Na een kilometer of twee ben ik ervan overtuigd de verkeerde injecties te hebben gehaald. Laat die tetanus maar zitten, doe mij maar een zweetanusinjectie. Verontrust realiseer ik me dat ik voor 90 procent uit water besta en dat de keus die ik heb oneerlijk is. Of ik verdamp totaal en laat tien procent huid en botten achter, of ik ga koken. Het laatste staat me te wachten, want ik voel de stoom al zachies via m'n fontanellen ontsnappen. Zelden zal het oerwoud zo zijn vervloekt als door mij. Alle rijk gevarieerde vegetatie is door mij van nieuwe -merendeels aan ongeneeslijke ziekten gerelateerde- namen voorzien. En tóch; ik geniet. Natuurlijk van de mooie omgeving, maar vooral ook omdat ik mezelf aardig op m'n flikker geef. Wring tussentijds effe m'n T-shirt uit en schat dat ik met het vocht een derde van een bierkratje had kunnen vullen.

Dan, na een klim van zo'n 500 meter en een dito afdaling staan we voor het begin van de Canopy-walk. Een loopbrug van ruim een halve kilometer, tussen woudreuzen gespannen op zo'n veertig meter hoogte. De grootste oerwoudbrug ter wereld. Die overigens nergens naartoe gaat. Ik bedoel; hij verbindt niet de twee oevers van een rivier en evenmin overspant hij een diepe kloof ofzo. Nee, dat ding loopt van boom tot boom en uiteindelijk kom je hemelsbreed nog geen 50 meter verderop uit. Gewoon een attractie. Leuk wel, maar zeker niks authentieks qua betekenis.

Heldhaftig sturen we eerst onze kinderen de brug op. Je mag maar op minimaal 5 meter afstand van elkaar lopen, want anders wordt het ding overbelast. Na de kinderen stapt Mieke de brug op. Met die van haar bekende resolute tred, waarmee ze ooit -gewapend met een bezem- Hans bij de Thaise hoeren vandaan veegde. Hans er vlak achter met de videocamera, dan Ria die lichtvoetig en met minachting voor de hoogte over het touwwerk heen danst. En als laatste ikzelf. Met die van mij bekende motoriek: die van een verontwaardigde bejaarde, geërgerd op zoek naar z'n Nordic walkingstokken, die die natuurlijk gewoon in z'n handen heeft (maar ja, die Alzheimer, hè).

Na afloop puffend op een bankje, zink ik in gedachten weg naar een willekeurige zomer in de jaren zestig. De Vereniging 'Vriendschap en Genoegen' organiseerde voor de Schilderswijkse jeugd dagreisjes met de bus langs diverse speeltuinen. Op de één of andere manier brengt die touwbrug me terug naar de speeltuin bij Haastrecht. De eerste stop. Fanatiek bestormen we het vliegtuigje, dat aan een kabel gehangen door een sloot heen raast. Dagen waarop ik strontmoe maar voldaan thuiskwam met een zeiknatte broek (ik hield m'n zwembroek natuurlijk wel aan na het zwemmen), ziekgevreten van snoep en krentenbollen en met één of twee loszittende voortanden van de knokpartijtjes met 'die boeren' onderweg. In die roes wandel ik het tracé terug naar m'n hut alsof ik dat dagelijks doe.

 

Drie uur in de middag; ik lig in diepe slaap. Liggend in de airco beleef ik een bizarre droom met gesmolten ijskappen en overstromingen, waarin ik amper het hoofd boven water kan houden. Bijna-verzuipend zit ik tegen een stevige nachtmerrie aan..

"Ga je mee zwemmen?", hoor ik plotseling Jordi vragen. Hij staat in de deuropening.

In m'n halfbewustzijn wil ik iets zeggen over hoe misplaatst sommige vragen zijn. Uitgeput van het watergevecht in m'n onderbewuste, weet ik amper een "Nee!" uit te brengen. Schouderophalend wendt mijn zoon zich af.

Meteen wroeging; wat een slappe lul van een vader ben ik toch. Ik hijs mezelf in m'n zwembroek, gris een handdoek mee en slaapdronken meld ik me bij 'Stompie'. Pas in het bootje naar de waterval ontwaak ik helemaal. Want wat volgt is een kilometers lange tocht stroomopwaarts dwars door het mooiste regenwoud dat ik ooit heb gezien. Tarzan kan je zó tegemoet zwemmen. Ware het niet dat hij in scheiding ligt met Jane. De geruchten gaan dat hij iets met liane heeft. Maar de natuur is overweldigend. Zonder overdrijving mag deze tocht opgenomen worden in het rijtje: uitzicht over de Plitvicemeren, wandeling door de Grand Canyon, Zabriskie Point, Manhattan vanaf de Brooklynbridge, De Sagrada Famiglia, Praag vanaf de Karlsbrücke en Boedapest, gezien vanaf de Citadel. Zonder meer hét hoogtepunt van de vakantie.

Na een lange tocht meren we aan. Geen waterval te zien. Nee, eerst nog 700 meter lopen! Wéér godver ik mezelf door die klotejungle heen. Plotseling ben ik mijn oog voor al die schoonheid kwijt en strompel ik wéér over de wortels van al die imposante woudreuzen, buk ik wéér voor overhellend bamboegras en klauter ik enkelszwikkend en glibberend langs rotspunten omlaag tot we bij die omgevallen wasteil zijn die ze hier waterval noemen. Badend in het zweet vlij ik me neer op een rots, terwijl iedereen al in het water ligt. Hoewel iedereen. Daan staat rustig aan een sigaret te lurken. En dat was bij die tocht van gisteravond en vanochtend ook al zo. Ik knok me heroïsch door de jungle heen, struikel, zweet, hap naar adem en wring het zweet uit m'n shirt en elke keer als ik dan eindelijk het eindpunt heb bereikt, staat daar Daan rustig te paffen. Zonder een spoortje zweet, zonder enige wanklank. Alsof ie daar stiekem door een helicopter is neergezet.

Op de weg terug strompelen we achter een dame aan, die het -gezien de omvang van haar achterwerk- aannemelijk maakt dat olifanten ook over smalle bospaadjes uit de voeten kunnen. We hopen maar dat ze niet uit Holland komt, want nogal luidruchtig worden haar bewegingen van commentaar voorzien door Hans en door mij. Enkele van de charmante opmerkingen: 'als die gaat liggen, wordt ze doodgedrukt door d'r eigen gewicht', 'ze heeft een broek aan, gemaakt van bioscoopgordijnen', 'als die te ver in zee gaat, denken ze dat ze een eiland is', 'ze verdient wat bij als parkeergarage'. Kortom; we toonden begrip.

's Avonds ontpopt Nikki zich ineens als evenementenorganisator door de Karaoke-ruimte af te huren. Ze trekt het hele zootje mee, de geluiddichte kelder in. Inclusief mijn klaverjasploeg. Ik heb natuurlijk niks met het verschijnsel karaoke. Toen ik nog astma had, was ik lid van patiëntenvereniging Cara Oké, maar dat was toch wat anders. Beschroomd betreed ik dan toch maar de ruimte, waar je natuurlijk kunt verwachten dat de microfoon ook onder jouw neus wordt gehouden. Schijterig weer ik hem af. Maar ik geniet wel van de enorme lol die al die gasten met elkaar hebben. We zijn dit keer wel met een erg leuke ploeg op stap.

 

DAG 9

Had me plechtig voorgenomen vandaag niks te ondernemen. Ik zou zeker niet de grotten gaan bezoeken. Heeft te maken met WOII. Mijn homoseksuele oom John -in de familie liefkozend 'mietje' genoemd- heeft lange tijd in een Stalag vastgezeten. Dus om dan vrijwillig stalagmieten op te zoeken. Bovendien doet de term 'druipsteengrot' me op de één of andere manier aan een hoer uit Bangkok denken.

Tja en dan kon ik ook mee naar een inheemse nomadenstam. Ook veel te vroeg allemaal. Maar achteraf heb ik het idee het nodige te hebben gemist, want mijn reisgenoten werden door die stam hartelijk ontvangen in hun stamcafé. Er werd geklommen in de stamboom, je mocht een kijkje nemen in een stamcel en je mocht blaaspijpen. Beetje rare seksuele afwijking, die stamt (tegenwoordige tijd: stam +  t ) uit de tijd dat ze nog hun eigen blaaskapel hadden. Aldus hun woordvoerder. Een echte 'no made'; dat kon je zien, want er kropen geen larven uit z'n reet. Minpuntje, althans volgens Hans, was een kortgeknipt manwijf die niks van mannen moest hebben; de stampot.  

 

's Middags rond half 3 betreed ik de eet- annex recreatieruimte. Bijna iedereen is thuis. Het merendeel van groep gaat in de loop van de dag langs bij de goeroe van de voetreflexologie. Een halve zool uit China, die uiteindelijk 's avonds om 11 uur z'n hielen laat zien. Maar eerst heeft ie m'n reisgezelschap de nodige kwalen aangepraat, dus dat wordt weer nummertjes trekken straks bij de huisarts.

Tussendoor vindt er ook nog een vlottentocht plaats. Ook daar had ik geen zin in. Voor mij geen actieve doevakanties asjeblieft. Niks raften, maar lekker in je nest liggen ruften. Ziedaar de essentie.

De groep die uiteindelijk wel ging was al vlot weer terug. Enigszins geschrokken verneem ik dat hun bootje was lekgeslagen en dat ze midden in de rivier op wat stenen op hun redding hebben zitten wachten. Gelukkig is iedereen ongedeerd.

 

 

Maar ieder nadeel heb z'n voordeel, want van schrik bestelde Hans rondjes bier. Ja, en dan ben ik zo iemand die graag naar iemands verhaal luistert.

Later die avond geklaverjast.  Jordi en ik spelen de Varkevisser-connection (Michel & Man With The Hat) helemaal zoek.

 

DAG 10

Weer erg vroeg op. Het is tenslotte vakantie. Aan het ontbijt een ontroerend moment: Hans wordt door Leon erkend als zijn biologische vader. We zijn er getuige van en moeten toegeven, dat je DNA-structuur een puinhoop moet zijn wil je witte bonen in tomatensaus op je nuchtere maag wegkrijgen.

Chiel, a.k.a. The Man With The Hat, wordt door Leon aangeduid als de sponsor. Chiel zelf, die trouwens de hele vakantie opsmukt met de meest absurde opmerkingen, lijkt er niet mee te zitten. In Bangkok erkende hij als eerste dat het praktischer was als ie gewoon de hele dag bij de ATM zou blijven staan. Zijn RSI-arm dankt hij aan het automatisch doorgeven van de gepinde stapels bankbiljetten.

 

Vandaag zetten we de reis voort in de richting van de Cameron Highlands. We verlaten de jungle waar de olifanten, tijgers en apen nog in het wild voorkomen. Als vanouds heb ik daarvan niks te zien gekregen. Waar er ter wereld ooik gewaarschuwd wordt voor overstekend wild; ik heb het nooit mogen meemaken. Past ook wel een beetje bij me, want het enige wilde aan mij was mijn jarenlange lidmaatschap van de Openbare Bibliotheek.

Maar toch, mijn geduld wordt beloond. We hebben de Taman Negara al ruimschoots achter ons gelaten als er plotseling een aapje de weg oversteekt. De rest van mijn op dit punt kennelijk verwende reisgezelschap reageert een beetje blasé. Waardoor ik ook maar een 'coole' reactie ten beste geef:

"Ach, er komt bij mij regelmatig een aap uit de mouw"

Rare uitdrukking eigenlijk. Het zou een gezondheidsklacht van Hans Kazan kunnen zijn ("Dokter, er komt...").

Dan is het tijd voor de one-womanshow van Sara Prins. Nadat we net zijn gestopt om de pissen, loopt ze naar voren om de chauffeur in hoog Engels uit te leggen, dat we weliswaar zojuist zijn gestopt, maar dat het niet uitgesloten is dat zij binnen een kwartier alsnog moet plassen. Nee, daarnet hoefde ze niet. En nu ook niet. En over een kwartier zou net zo goed over een half uur of een uur kunnen zijn, dus om nou te zeggen dat ik moet plassen... Maar stél dat dat bijvoorbeeld over 5 minuten zou moeten, of -voor mijn part- over vijf kwarrtier..... Zou dat dan kunnen???

Met een licht-satanisch glimlachje zoekt Sara haar plaats in de bus weer op, de chauffeur in grote vertwijfeling achterlatend.

Maar Sara heeft wel een punt of liever; ik heb een punt. En die hangt in m'n broek. Laat niemand wat merken, want ik zit weer eens in een klaverjasgevecht. Dan brengt mijn exotische schoonheid Maika verlossing door de chauffeur een zwieper aan z'n stuur de laten geven en de afslag op te denderen. Want daar ligt een vestiging van MacDonalds! Gejuich klinkt op; men is toe aan een cheeseburger. Ik juich mee, want ook ik zie de grote letter M als een verlossing en als aanduiding van 'Megaschijthuis'. Ik zal niet in detail treden over de hoge nood en de hoeveelheden, maar het enige dat ik erover kwijt wil is dat ik hurkend begon en eindigde met m'n knar tegen het plafond.

 

Zo'n 200 kilometer boven Kuala Lumpur gaan we van de grote weg af en begeven we ons in de bergen. In drie uur leggen we het bochtige tracé van 70 kilometer af. Onderweg vergezichten, zoals je die in de Alpen tegenkomt. We eindigen bij de Hill View Inn in Tanah Rata op 2000 meter hoogte. Het is zeven uur 's avonds; we hebben de hele dag in de bus gezeten.

Na het eten raken we -Hans, Mieke en ik- verzeild in een rockcafé, waar op een DVD-scherm een subliem concert van John Mayall & The Bluesbreakers kan worden gevolgd. Mick Taylor en Eric Clapton doen ook mee. Al zuipend genieten we van de blues. Ruim na twaalven, Chiel, Daan, Jordi en Michel zijn erbij komen zitten, blijft de tent speciaal voor ons geopend. En mogen we uit een heel arsenaal muziekDVD's het ene concert na het andere laten opzetten.

BB King, Roy Orbison, Tina Turner, maar ook Santana. Lekkere loopjes, maar ik krijg het zuur van de repeterende trompetjes en latinoritmes. Maar het is met name de nichterige leadzanger, die het moet ontgelden. En die aan Daan de constatering ontlokt, dat "...die er liever 3 in z'n reet heeft, dan één onder z'n kin..." Hetgeen een passende laatste overdenking van deze dag is.

 

DAG 11

Besloten om toch maar niet mee te gaan op excursie naar de thee- en aardbeienplantages. Schuld van een overheerljke droom: eindeloze bitterbalvelden, doorsneden door de Leffe Dubbel delta met heerlijk uitzicht op vriendin Debby aan de horizon... Say no more!

Wél de moeite genomen om vroeg op te staan en, met het uitzicht op de Maleise Ardennen, uit te roepen: "ER LIGT SNEEUW!!!!" Kreet, waarmee we rond kerst altijd in Spa werden gewekt. Daarna weer gauw terug tussen de klamme lappen.

Laten we zeggen dat deze streek 'not my cup of tea' is. Door de temperatuur (16 graden), het weer (regenachtig) en de omgeving (glooiend als Klein Zwitserland) ben ik het hele idee kwijt in een exotisch en tropisch land op vakantie te zijn. En thee... Tja, ik drink het zo af en toe.Voornamelijk omdat je er lekker van die bastognekoeken in kunt soppen. Maar om nou te gaan staren naar die blaren. En aardbeien, daar heb ik een trauma van. 

Ooit, ik was 17, had ik een vriend Aart. Gozer met, zoals ze dat noemen, good looks. Op dat moment had ik een vriendinnetje op wie ik smoorverliefd was. Maar elke keer als ik naar haar toe ging, vroeg ze: "Heb je Aart bij je?"

Ik heb het uiteindelijk maar uitgemaakt. Veel later pas hoorde ik dat ze gek was op dat rooie fruit... 

 

Rond half 12 ontbeten met de lunch en beetje slap zitten ouwehoeren met Eva (Prins), die ook was thuis gebleven. Effe de stad in, die veel groter blijkt te zijn dan ik dacht. Het winkelaanbod is uiterst gevarieerd: een slijterij, een reisbureau, een restaurant, een twentyfourseven en dan een slijterij, een reisbureau, een restaurant, een twentyfourseven en een bank, vervolgens een slijterij, een reisbureau, een restaurant, een twentyfourseven, een bank en een bakkerij, etc. Gekleed in m'n khaki-afritsbroek, ditoschoenen, legergroene T-shirt en m'n handen achteloos in de steekzakken van m'n broek, trek ik opvallend veel aandacht van de vrouwen. Ze lachen me allemaal toe. Jaja, ik héb het nog! Ik mag dan 52 zijn, maar ik weet heus nog wel waar de vrouwtjes van vol zijn.... Totdat ik ontdek dat m'n gulp wagenwijd openstaat! Niet een klein stukkie. Nee, een beetje geoefend sporter zou er zo een klein formaat volleybal in kunnen mikken.

Ik zip hem dicht en beschaamd over het feit dat ik een aantal kilometers letterlijk zwaar voor lul moet heb gelopen, haast ik mij naar Hill View.

 

Rond een uur of vijf is iedereen weer terug en vertrekken we richting Kuala Lumpur. Onderweg weet Jessica ons te vermaken met een bladzijde uit een boek van Lotte-Lene, waarin zo'n 39 synoniermen voor het vrouwelijk geslachtsorgaan staan opgesomd. Bij de eerstvolgende sanitaire stop weet Jessica aan haar knuffel uit te leggen dat ze even "...uit haar sopoksel gaat zweten..."

Ruim 4 uur later arriveren we in het Pujangga Homestay Hostel. Zowel de buschauffeur als de hostelmanager waarschuwen ons voor deze buurt en dat vrouwen en meisjes niet alleen over straat kunnen. En dat het zaak is dat ze niet te uitdagend gekleed gaan. Oftewel, in de vertaling van Chiel, dat "...het niet de bedoeling is dat je met wapperende schaamlippen de straat op gaat..."

Qua comfort is het effe slikken, dit hostel. Vanaf het verblijf in de 5-sterrenaccommodatie in Bangkok, zijn we genoegen gaan nemen met steeds minder. Totdat we, zoals hier, alleen nog onze eigen ster over hebben. Om op te gaan zitten, zoals in mijn geval, op het stapelbed in onze raamloze airco-cel van 2 meter 40 bij één meter. Maar het is er schoon en we hoeven er alleen maar te slapen.

's Avonds laat zitten we op de hoek bij Finnegan's, een Irish Pub, aan de Beamish Stout. Al vrij snel zoeken we onze brits op.

De 'jonkies' komen met een heel ander verhaal thuis. Die zijn doorgezakt in een Thai disco. De meiden -Jessica, Lotte-Lene, Nikki, Katie, Eva, Adinda, Maika- stalen de show. Door hun uiterlijk, maar ook door op de bar te dansen. Waarbij 'onze jonges' -Ruben, Leon, Michel, Martijn, Jordi- de ordedienst vormden.

Langzaam maar zeker worden de rollen omgedraaid. Waren wij het die zo'n jaar of 10 geleden 's ochtends de scherven bij elkaar veegden om een slaapplekkie te creëren, terwijl ons nazaad lekker op tijd op bed lag, tegenwoordig zijn het onze erfgenamen die pas thuiskomen als wij alweer onze brunch staan klaar te maken.

 

DAG 12

Ik heb architectenbloed.... Op de bumper van m'n auto.

Er is geen categorie kunstenaars, die zó gecorrumpeerd is als de verzamelde architectuur. Voor een paar rotte centen verloochenen ze hun ethische idealen en vreten ze uit de klauwen van de projectontwikkelaars. Kuala Lumpur heet de 'speeltuin van architecten' te zijn. En dat is te merken ook. Zelden zo'n spuuglelijke stad gezien. Een willekeurige verzameling creatieve armoede, waarin de menselijke maat ver is te zoeken. Het mooiste dat ik heb gezien, is de (hopelijk voormalige) gevangenis. Ziet eruit als een concentratiekamp. Tja, ook concentratieksampen en gaskamers komen van de tekentafel van de architect. 

Hoe dan ook wagen we ons aan een stadswandeling. De bedoeling was met een groot deel van de groep, maar uiteindelijk zijn dat Hans, Mieke, Sara, Jordi en ik. Doel: Petronas Towers en het daaronder gehuisveste winkelcentrum.

Petronas Towers kan niet imponeren. Ondanks dat het het hoogste gebouw is dat ik ooit gezien heb, heeft het Empire State Building meer indruk gemaakt. Heeft een beetje met de iel aandoende vormgeving te maken: twee spits toelopende kruisraketten, verbonden door een brug.

De 'mall' eronder is bedoeld voor de bemiddelde elite. Winkels, waarvan het personeel vindt dat je dankbaar moet zijn dat je er überhaupt naar binnen mag. Niks voor mij. En bij Jordi moet je hier al helemaal niet mee aankomen. We splitsen dan ook af en zoeken de eerste de beste kroeg op. Daar, gezeten op een geventileerd terras, maken we de uren zoek als 2 gezworen kameraden met lekkere koele biertjes, heerlijk slap geouwehoer en veel lachen.

Dat doen we ook als we Leon, Ruben en Martijn tegenkomen, die me gek maken met de mededeling dat in de supermarkt op de eerste verdieping Leffe Dubbel wordt verkocht. De lucht zal bezwangerd zijn geweest van ons favoriete bier, want uit het niets staat ineens Hans achter me. Als door telepathie gestuurd. We kopen de hele voorraad op (4 flesjes).

Dan besluiten Jordi en ik om kaartjes te kopen om de volgende dag de Petronas te beklimmen. Erg ver kwamen we niet, want op een willekeurig terras zien we Ria, Chiel en Michel zitten. Die vertellen dat de Towers morgen gesloten zijn voor publiek. Natuurlijk zijn zij er wel in geslaagd om erin te komen.

We vernemen dit enigszins knarsentandend totdat ik op het menu ontdek dat ze hier Leffe Dubbel serveren! Mooie stad wel, dat Kuala Lumpur.

Ook Maika voegt zich bij het gezelschap. Ze baalt dat haar pasje het niet doet in de ATM's van Maleisië. Nee schat, niet iedere gleuf doet het voor geld.

We nemen de taxi naar huis. Er moet geklaverjast worden en de aangeschafte juwelen moeten koud gezet worden.

Om een beetje verkoeling te brengen haalt Michel de gigantische parasol boven onze tafel weg. Dat was niet de bedoeling, aldus de ineens bloedchagrijnige eigenaar van het hostel. Tja, die gozer is van die brave en gedweeë en intens bleke backpackers gewend. In ieder geval niet dat zo'n slechthorende zongebruinde wonderboy zelf initiatief neemt. De parasol moet gewoon weer terug geplaatst worden. Geen probleem. Als we hem uitklappen breekt er een houten balein. Bovendien zit er een scheur in de parasol.

Ach, beter dan andersom. 

Niettemin wordt de bui van de eigenaar er niet beter op. Hij trekt het gezicht van een modale massamoordenaar.

Hans breekt de sfeer een beetje door met twee ijskoude Leffe Dubbel naar buiten te komen. Hij staat erop dat de gretige consumptie hiervan wordt vastgelegd voor het nageslacht en meer in het bijzonder om het ten onrechte thuisgebleven Genootschap van Leffe Gozers jaloers te maken.

Leffe maakt hongerig en een bittergarnituurtje serveren we hier niet. Met een willekeurige groep belanden we bij de Pizzahut. Zo langzamerhand hangt de geur van gember en koriander me flink de strot uit.

Daarna treffen we het hele zootje op het terras van Finnegan's. We drinken bier. Nog net niet met tegenzin, maar het verlangen naar de smaak van écht bier kweekt heimwee.

Ria en Eva deL (zo gedoopt in een liedje in de bus) zijn in hevig gesprek verwikkeld met twee Engelse onderwijskundigen. En inderdaad, ze lijken onder wijs maar van boven niet. En al helemaal niet, nadat Leon degeen die met zijn moeder in gesprek is op de man af vraagt: "Are you my new father?"

Martijn -moet familie van Daan zijn want ook al zo'n droogkloot- gaat nog verder en vraagt meteen om zakgeld.

Het hele terras trilt van de bulderlach.

Later vertelt Ria dat één van de twee Engelsen nog steeds twijfelt aan zijn geaardheid. Logisch ook, hij komt uit Middlesex.   

 

DAG 13

Ik sta op in het besef dat dit de laatste dag is met de hele groep. Morgenvroeg stappen ze in een taxi om vervolgens naar Bali te vliegen. Ik druk het bijbehorende kutgevoel weg en besluit om nog één dag van deze bijzondere groep mensen te genieten. Vervolgens ga ik lekker alleen op stap.

Al die doorgeschoten pubers liggen nog te ronken. Ria en Chiel doen de dingen zo ongelijktijdig mogelijk (maar altijd belanden ze samen op een terrasje). Hans en Mieke gaan naar de taxfreeshops. Eva deL heeft de zorg voor haar zieke dochter Sara. Vandaar.

 

Na geld opgenomen te hebben loop ik achteloos een souterrain in. Het blijkt een enorm winkelcentrum te zijn. Koop 2 CD'tjes en een kadootje voor Dunja, die andere schoonheid van me. Op het terras van Starbuck's kom ik ineens de complete groep jonkies tegen. Alsof ze hun nest niet hebben gezien, zo zien ze er uit. De één frutselt met de haren van de ander. Ze proeven elkaars koffietjes en Katie zorgt voor een psychedelische sfeer door haar bellenblaas voor de ventilator te houden. Ze gaan naar het winkelcentrum met de achtbaan, zo leggen ze me uit. Tuurlijk. Logisch. Vanzelfsprekend. 

"Zeg, als je toch met de Python gaat, neem dan effe 5 kilo bintjes en een pak maandverband mee..." 

We spreken af elkaar later op de dag te treffen in Chinatown.

Ik loop terug naar het hostel, waar ik om 2 uur heb afgesproken met Hans, Mieke en Chiel en struikel bijna over een bedelaar. Met een geërgerd gezicht houdt die een kartonnen beker met munten omhoog.

"No thanks. I've got enough money!", zeg ik tegen hem. 

 

Chinatown. Iedere zichzelf respecterende stad heeft wel een Chinatown. Anders tel je niet mee. Er hoeven maar toevallig 2 Chinezen in de rij voor de kassa van Super De Boer in Lochem te staan, of de burgervader roept trots dat ook zijn gemeente een Chinatown heeft. Twee geelzuchtpatiënten kijken per ongeluk zonder zonnebril in het zonlicht en hup, Drogeham (Fr.) heeft z'n eigen Chinatown. Ook ons eigen Den Haag heeft een Chinatown. In de voormalige Jodenbuurt. Voormalig tegen wil en dank. Maar ja, dat leek de Duitsers destijds het beste. Overigens is de overeenkomst tussen Joden en Chinezen frappant. Beide volken zijn over de aardbol uitgewaaierd en zijn niet te beroerd om de handen uit de mouwen te steken. En net als de Joden toen hebben alle Chinezen een gele ster.

Chinatown Kuala Lumpur is authentiek. Het enige niet-gecreëerde aan deze stad. Het is het oorspronkelijke centrum van de stad, waar zich in 1857 voor het eerst mensen vestigden (Chinezen dus). We besluiten naar de Central Market te gaan, stammend uit dezelfde tijd. Het blijkt een geheel op het toerisme gerichte aangelegenheid te zijn. Je kunt er T-shirts laten bedrukken, goedkope digitale camera's kopen en er zijn ruw geschat 538 winkeltjes waar je sterk op elkaar gelijkend houtsnijwerk kunt kopen. Mét echtheidscertificaat, maar dan bedoelen ze dat het echt tropisch hardhout is. Het ziet er niet uit en het vat verrekte moeilijk vlam, dus voor het kerstbomenfik hebbie d'r ook geen kloten aan.

Niettemin weet ik een leuk kadootje voor mijn grote liefde te vinden: een stempel, met in Chinese tekens haar naam. Ter plekke 'gecarved'. Chiel laat zich de hand lezen door Dr. Chin. Hij is weinig enthousiast. Oftewel in de woorden van Chiel: "Hij ken d'r geen reet van! Het enige wat ie wist te voorspellen, was waar m'n handen zaten..."

Hans heeft meer succes. Hij scoort een gitaar voor wènag. Voor omgerekend 40 Euro legt hij beslag op een jankhout. En de flamoeshoes krijgtie erbij kado. Hetgeen nog een probleem oplevert. Want dat ding past niet en de volgende dag vertrekt men per vliegtuig naar Bali. Het heeft zeker een uur geduurd, voordat Hans met zorg een gitaar had uitgekozen. Terecht die zorgvuldigheid, lijkt me. Maar nou die hoes niet past, flikkert ie die gitaar opzij en gaat op zoek naar een instrument dat wél in die hoes past! "Dokter, ik heb dure condooms gekocht. Maar nou past m'n lul er niet in. Ik zou hem graag laten verkleinen..."

 

's Avonds tref ik, na veel ge-sms, eindelijk mijn zoon en dochter. Deze laatste avond wil ik graag met hun doorbrengen. Nikki en Lotte-Lene zijn er ook bij. We gaan de Reggaebar in en bestellen eten en drank. Na een bescheiden modeshow van de dames Maika, Nikki en Lotte, druppelen er steeds meer bekenden binnen. Michel, Leon, Adinda, Ruben, Katie, Martijn, Eva, Jessica en Ria schuiven aan. Het wordt erg gezellig met cocktailtjes en lurken aan de waterpijp. Onze kelnerin blijkt een heel vriendelijke omgebouwde te zijn; met enigszins bassende stem herhaalt zij de bestellingen. Hij/zij* lijkt in deze entourage volledig geaccepteerd. Ach, ik zeg maar zo: kelnerin - kelner uit. 

 

Met taxi's scheuren we naar het hostel, waar Hans -met gitaar en zwaar bier- ons zit op te wachten. Het wordt een feestje, met geweldige zang van Eva. Moeiteloos steekt ze Anouk naar de kroon en weet me kippenvel te bezorgen met fantastische uitvoeringen van 'Wild Horses' en 'Moonlight Mile'. Ook geweldig: 'Mercedes Benz' met op de ritmebox mijn stoere dochtâh. Hans is helemaal in z'n element en verzint ter plekke een lyrische blues op Adinda. Uiteraard laten Hans en ik ook nog effe 'Den Haag Bruist' horen. In m'n hoofd probeer ik nog een lokale versie te verzinnen, maar verder dan 'Vanaf Petraunas Tâhwâhs ken je kèke, naar de Lumpurese bùitenwèke...' kom ik niet. Het feestje duurt tot diep in de nacht. Het sfeertje is representatief voor deze groep mensen: bijzonder, warm, gezellig en vooral gericht op de zin van het leven: totale onzin. Heerlijk.

Tering, wat zal ik ze gaan missen.

 

DAG 14

Korte intense slaap gehad; de 4 zware biertjes van de afgelopen nacht hakten heerlijk in op m'n schedeldak. Flashbacks van de vakantie beleefd, zoals rustig vanuit de trein naar de krottenwijken van Bangkok kijkend plotseling iemand horen vragen: "Is dat je lul, Fred?" Bleek grote Eva te zijn, die slechts aan Ria vroeg: "Is dat je krulset?" Ja, als Homo Slapiens beleef ik deze vakantie nog maar eens. Of dan het snorkelen wat ik heb gemist. Van een eerdere excursie herinner ik me dat een hele school vissen in één keer 180 graden de andere kant op kon zwemmen. De vraag was: kon vis keren? Nou, wel degelijk.

Buiten onder de parasol verneem ik dat alle zeven bestelde taxi's er inmiddels zijn. Plotseling blijkt dat Maika, Jordi, Adinda en Ruben alvast maar weg moeten, want zij gaan met een eerdere vlucht richting Bali! Gehaast nemen we afscheid. Ik druk m'n beide kinderen aan het hart, hun feitelijke woonplaats sinds hun geboorte. 'Mixed Emotions' om het met de Stones te zeggen. Doet pijn om ze te laten gaan, maar ik gun het ze zo.

De rest druppelt gestaag naar buiten. Een hartelijk afscheid van iedereen, in het bijzonder van Getränkenbrüder Hanz en Kleberjägerin Ria.

 

Na het vertrek valt er letterlijk een stilte over me heen. Ik duik nog voor een paar uurtjes m'n nest in. Al snel ontvang ik een smsje dat m'n kinderen veilig op Bali zijn aangekomen. Langzaam kom ik op stoom. Met de monorail en de bus weer naar Chinatown, op jacht naar een kadootje voor Dunja. Het is nauwelijks te harden buiten. Beetje doelloos loop ik in de bloedhitte. Op Hoop Van Regen. Dan maar weer naar die Central Market, de koelte in.

Daar trek ik de stoute schoenen uit. Uit ja, want anders mag je niet voor 5 RM in die bak met Turkse visjes die je afgestorven huidcellen opvreten. Een ultrasofte versie van de piranha, dit visje. Desondanks maar goed dat ik er niet helemaal in mag, want ik ben bang dat er dan van sommige delen van m'n lichaam niks over zou blijven. Tegenover me neemt een dame plaats, die zich ontdoet van haar pantykousjes. Gelukkig ontziet zij het milieu door direct haar voeten onder water te houden. Maar de vissen zwemmen spontaan bij haar vandaan, sommige lijken te kotsen. En dat wil wat zeggen als je leeft op een menu van afgestorven opperhuid.

Bijna huppelend vervolg ik daarna mijn weg door de verder redelijk aftandse bazar. De honger slaat toe. We hebben deze reis supergoedkoop kunnen eten overal; gisteren nog een vol bord met rijst, kip en groenten voor pakweg 1 Euro! Maar vandaag slaat alles: ik geniet van een heerlijke gegrilde kipfilet met champignonsaus en rijst. En het kostte me helemaal niks! Domweg vergeten af te rekenen. Ik kom er pas achter als ik alweer in onze eigen buurt rondloop. Enig schuldgevoel overvalt me daarbij wel, maar dan struikel ik weer over diezelfde zwerver als de dag daarvoor. Hij deed het expres, met één van zijn krukken. Hij houdt weer zijn beker op; er steken zelfs briefjes van 500 RM uit omhoog. "You give money", zegtie alvast om misverstanden te voorkomen.

Hij treft het niet, want ik ben blut. Heb m'n laatste geld uitgegeven aan een DVD voor Dunja en een nieuwe reistas.

Even later, ik heb weer geld, koop ik m'n schuldgevoel af. De stakker had geen ledematen. Z'n vrouw had de benen genomen, dat kon je zo zien.

 

's Avonds zit ik onder de fan voor de buis met een boek. Aan lezen kom ik niet toe, want ik ben hevig in gesprek met de beheerder. Die meer dan normale belangstelling toont voor onze groepsreis. Hij vindt het heel bijzonder allemaal en vond met name het sfeertje gisteravond te gek. Nog nooit eerder had ie een dergelijke groep binnen gehad, vertelde hij. Nee, hij doelde niet op het muziek maken en ook niet op de grootte van de groep. Noch ging het om het lawaai. Hij had nog niet eerder 'such elderly people' binnen gehad. Ik liet hem dat herhalen en heb toen m'n stoma in z'n gezicht leeg gespoten.

 

DAG 15

Mijn thuisreis gaat beginnen. Morgenavond laat ben ik in Düsseldorf. Eerst effe terug naar Bangkok. Klinkt alsof de wereld niet zo groot is. En dat klopt, want ik tref dezelfde taxichauffeur die Jordi en Maika gisteren naar het vliegveld bracht. Da's fijn, weet ie in ieder geval de weg.

Niettemin weet ie me op het verkeerde been te zetten, door na veertig kilometer te kiezen voor de afslag Putrajaya, terwijl het vliegeveld rechtdoor staat aangegeven. Maar hij hangt een beetje de excursieleider uit, dus ik moet en zal de 'zetel van de regering' zien. Zoiets als Den Haag, legt ie uit. "Oppassen met wat je zegt, hè gozer. Je speelt met fooi en voortanden...", brabbel ik als ik de eerste wanstaltige architectuur waarneem. Uit de grond gestampt en afgeraffeld; niet voor niks luiden de twee laatste lettergrepen van deze stad "...jaya..."

In het vliegtuig kom ik naast een vadsig, strontverwend tyfusjong te zitten, die ongetwijfeld te jong voor zijn lichaam zal zijn geweest. Hij heeft het fysiek van een corpulente veertiger, maar het onbenullig-kinderlijke uiterlijk van Frans Bauer die door Geer en Goor tegelijk wordt gefistfuckt. Hij heeft de verbaasde blik duidelijk van z'n moeder, al moet worden opgemerkt dat zij een ietwat verkeerd uitgepakte facelift moet hebben ondergaan. Voortdurend lijkt het of ze wat wil vragen.

Bij voortduring wisselt het wangedrocht van elektronisch speeltuig, ook al is hem meermaals door de stewardessen gesommeerd dit soort apparatuur uit te schakelen. Omdat we samen één leuninkje delen en hij zijn vlezige rechterarm daarop wil laten leunen ten koste van mijn linkerarm, stoot ik hem meer dan eens en met gretige opzet aan. Zodanig dat ie de controle over z'n tiptoetsen tijdelijk verliest. Hier wordt geïrriteerd-zuchtend op gereageerd. En elke keer komt moeder met haar vragende blik tussenbeide met in gebroken Engels de vraag of ik haar zoontje wat meer ruimte kan geven. Onverstoorbaar doe ik alsof ik dat niet begrijp.

Hoog in de lucht worden moeder en zoon mét hun handbagage naar achter het gordijntje genodigd. Ontdaan van al zijn elektronische teringzooi heeft de 9?, 11?, 14?-jarige neukfout tot de landing op Bangkok vervolgens zachtjes zitten janken. Het was kortom een heerlijke reis.

In Bangkok na een taxirit van nog geen 10 minuten afgezet bij Silver Gold Garden Hotel. In the blind gereserveerd, maar blijkt wonderwel vlakbij het vliegveld te liggen. Een prachtig aircooled gebouw temidden van krotten en stinkende verlichte marktkraampjes. Vergeefs speur ik de omgeving af naar een eetgelegenheid. Niet te vinden. Bij een 'TwentyfourSeven' scoor ik 2 cheeseburgers. Moeizaam bevochten, want een Oostenrijkse hotelgenoot had daar ook z'n oog op laten vallen. En hij had al de enige zak cheesbaconchips voor m'n neus weggegrist. Hij had sowieso al een vracht aan boodschappen, maar was wel in z'n eentje. Of had ie stiekem een zelfverwekt kleinkind ergens in een bijgebouwtje van het hotel verstopt?

Verder viel er hier, in een buitenwijk ver van het centrum van Bangkok, geen moer te beleven. Het zal wel decadent zijn, maar ik ben in de bruisende hoofdstad van een exotisch land met een constante buitentemperatuur van 35 graden zo rond half 12 in een diepe slaap gevallen terwijl ik chips vretend naar een vage animatiefilm over dansende pinguins lag te kijken.

 

DAG 16

De volgende ochtend merk ik tot mijn schrik dat m'n bed bezaaid is met grote gele schilfers. Oké, ik heb plaatselijk last van psoriasoform eczeem, maar zó extreem heb ik het niet eerder meegemaakt. In lichte paniek pulk ik ze van'm'n bovenlijf. Daaronder komt direct een gave huid tevoorschijn! Even ben ik enthousiast, maar dan krijg ik een halflege chipszak in de gaten. Slaapdronken veeg ik m'n hele nest leeg en stel beschaamd vast dat de van de chips in de lakens achtergebleven vetvlekken een wel heel aparte indruk zullen wekken. Tja, hoe opgewonden kun je raken van dansende pinguins?

 

Hoewel mijn toestel pas om 10 over twaalf vertrekt, staat er vanaf negen uur al een enorme rij mensen klaar om alvast in te checken. Daarbij ook de Oostenrijker uit mijn hotel die net als gisteravond probeert voor te dringen. Gedwee wordt hij gevolgd door een tweetal met extra chromosomen toebedeelde kindvrouwtjes.

In het vliegtuig kom ik naast een vrouw te zitten, die haar uiterste best doet om het concept vrouw-zijn alle mogelijke geweld aan te doen. Haar bleke ingevallen gezicht wordt geaccentueerd door een door de ratten aangevreten kapsel. Maar wordt vooral benadrukt door zo'n ten onrechte modieuze bril met aan de zijkanten een breed zwart montuur. Schijnbaar bedoeld om het van nature toch al beperkte blikveld van vrouwen nog verder in te perken. Ze is bovendien ultramager. Waarschijnlijk heeft ze een pyjama met één verticale streep, bedenk ik me. En, als gezegd, intens bleek. Ook al verblijft zoiets jaren onder de tropenzon, dan nog heeft deze anorexiatroel te weinig huidoppervlak om ook maar enige straling op te nemen. Voordeel: ze zal een kernramp waarschijnlijk wel overleven. Haar rug maakt een kromming, zodat ze in combinatie met haar afhangende schouders het misschien enige aan haar toonbare -haar borsten- aan het zicht weet te onttrekken. Met enige verwondering vraag ik me af waar die tieten überhaupt de motivatie vandaan halen om aan zo'n afzichtelijk lelijk wijf te blijven hangen.

En waarschijnlijk slikt ze in al haar anorexie ook nog eens plastabletten, want ze blijft naar het toilet toe gaan. Ze zit voor het raam (hoe arrogant eigenlijk; ze heeft daar niks te zoeken) en moet dus steeds voor mij langs. Dat wil zeggen, dat ik steeds moet opstaan. De eerste keer mompelt ze in gebroken Duits nog iets van een verontschuldiging. "Tuurlijk schat, ga maar lekker de vleermuizen uit je druipgrot jagen." Maar alle volgende keren schijnt het haar kennelijk als een vanzelfsprekendheid toe dat ik opsta. "Maar natuurlijk; ga maar effe naar je lek leggen luisteren..., laat die volgelopen greppel van je maar opdrogen..., bevochtig je droogterimpel maar..., laat je rosbief maar effe vriesdrogen..., gaat je tandeloze bekkie maar effe poetsen..., gooi het stinkende bloemenwater maar uit je vaas..., zet je gevarendriehoek maar effe op het kruispunt..., ontblader die rails van je maar lekker.., ga met je witte muts effe op de brilsmurf zitten..., zet je poes op de bak..., snuit vooral je derde neusgat..."

 

Na twaalf keer zeiken biedt ze mij aan om bij het raampje plaats te nemen. Om terug te pesten ga ik weer vier keer naar de WC. Maar gezeten aan het raam heb ik uitstekend uitzicht op het gebied waar we overheen vliegen. Ik zie de uitgestrekte dorre vlaktes en gebergten van Pakistan, Afghanistan en Iran onder me door schieten. Het is bijzonder helder weer. Uiteindelijk bereiken we ook de Zwarte Zee en weer een paar uur later zie ik de kust van Roemenië. Daarna wordt het bewolkt. M'n lekkende buurvrouw is inmiddels alweer 37 keer wezen zeiken. Via de airco bereikt mij een weeë geur; de zeiklucht van buuv wordt nog tot München in roulatie gebracht. Daar stap ik uit met duikerslongen.

Het vliegveld heet Franz Josef Strauss; voormalig CSU-voorman met nazistische trekjes. Hij kon geen schade doen, omdat hij deed wat Hitler naliet: tijdig de pijp uitgaan. Daarentegen, Führer word je ook niet zomaar. Zelfs Hitler moest een SS-ment afleggen.

Heb zo'n 35 vliegvelden van dichtbij meegemaakt, maar dit is ronduit het slechtste. Verlaat je Bangkok Airport, dan staan je 28 loketjes ten dienste om met je 'foreign passport' weg te komen, wil je als EU-ingezetene Duitsland in, dan staat je één loket ter beschikking. Met als vanouds nukkige douniers die tergend langzaam checken of je wel bent wie je voorgeeft dat je bent. Op die manier worden vierhonderd mensen 'afgewerkt' en wordt de winst van een uur korter vliegen geheel teniet gedaan.

Vervolgens staat nergens aangegeven, van waar vervolgvluchten vertrkken, zijn de informatiestands onbemand en geven de monitors informatie door over de succesvolle vertrekken van vluchten van drie uur geleden. Niettemin vind ik m'n weg en dan volgt het hoogtepunt van mijn -gelukkig- maar korte verblijf op dit kutvliegveld: de metaaldetectiepoortjes. Daar kom ik moeiteloos doorheen, al heb ik nog bijna het lood uit mijn kiezen moeten trekken om de strak afgestelde detectie niet af te laten gaan. Maar de kroon spant een beambte, die mij sommeert m'n handbagage uit te pakken.

"Aufmachen!", klinkt het met de klantvriendelijkheid van een SS'er.

Met nauwelijks verholen verontwaardiging voldoe ik aan het elegant verwoorde verzoek. Uiteindelijk word ik betrapt op een flacon zonnebrand. De beschermingsfactor biedt helaas geen weerstand tegen Duitsers. Het was vooral de toon die me het verkeerde keelgat in schoot, want op zich vind ik dat het een reëel gevaar is dat je met zonnebrand een vliegtuig kaapt. Een aannemelijke redenazi.

Hoe dan ook bindt de bloedhond in en mompelt zelfs binnensmonds zoiets als: "Entschüldige..." Om het daarna te proberen goed te maken en me te vragen wat voor typisch Hollandse uitdrukking hij van mij kan leren om voortaan wat vriendelijker over te komen. Ik denk even na en zeg een wel aardig citaat van een bekende Nederlandse schrijver (Jules Deelder) te kennen. Geïnteresseerd staat hij te luisteren.

"Liever maf dan mof", zeg ik

"Lieber Maf dann Mof", herhaalt hij onzeker.

"Na, gut so!"

"Lieber Maf dann Mof", herhaalt hij nogmaals.

Ik steek beide duimen om hoog, pak m'n handbagage weer in en zoek mijn weg naar Gate 21.

 

Daar is het druk. Nagenoeg alle stoeltjes zijn bezet. Op twee na. Maar als ik op één daarvan wil plaatsnemen, gaat degeen die in het midden daarvan zit zich ineens naar twee kanten breed maken om me dat te beletten. Een makkie voor hem, want achter één van zijn dijbenen had een hele Joodse familie veilig ondergedoken de Tweede Wereldoorlog kunnen doorbrengen.

Ik heb niet nog een keer zin in een verbale confrontatie dus laat het erbij. Wél sterkt deze situatie mij in de overtuiging, dat het Duitse volk ontstaan moet zijn toen wij in Den Haag langs de kust de aangespoelde kwallen over onze oostgrens stonden te mikken.

 

De vlucht naar Düsseldorf is vertraagd vanwege het slechte weer. Hier, in München, is het 35 graden. Maar vierhonderd kilometer noordelijker is de herfst alweer begonnen.

Op stoel 6C zit ik naast een doodnerveuze Hollander. Bij de start staan z'n handen tot aan z'n nagelriemen in de leuning, ogen stijf toegeknepen. Pas hoog in de lucht komt ie uit z'n verkramping.

"Ik ben als de dood zo bang voor vliegen", legtie me uit.

Ik schijnheil een beetje mee, maar haal inwendig mijn schouders op. Op 10 kilometer hoogte en met hevige turbulentie angst voor vliegen? Onder die omstandigheden zal je geen insect aantreffen. Laat staan vliegen.

 

Rond kwart over 11 landen we op Düsseldorf Flughafen. Als laatste verlaat ik het snelle varken (Flugzeug) en daar is ze dan: m'n meissie!!!!

 

Mijn vakantie is ten einde, maar het is het begin van een mooie en eindeloze nacht...