HAAGSE CULTUUR...
...EN RECLAME
Onderstaande tekst werd door 'de zeiksijs' uitgesproken bij de presentatie van het Haagse Reclamewoordenboek. Een deel van de tekst vormt het begin van één van de verhalen in 'De Teennagels van Keith Richards', dat in oktober 2007 verscheen. Een groter deel van de tekst is regelmatig in bruikleen bij de Haagse cabaretier Fred Zuiderwijk, die samen met Rob Andeweg de zogeheten Rondjes Den Haag doet (bussen met nietsvermoedende toeristen worden in een HTM-bus rondgeleid en krijgen een lesje Haags).
Marnix Rueb tekende het omslag voor wat inmiddels een collector's item is geworden. Het Reclamewoordenboek is een initiatief van reclamebureau 'MakeYourMark' en een tweede herzien en uitgebreide druk wordt sterk overwogen...
Wij Hagenezen stammen rechtstreeks af van de Kaninefaten. Onze ballonkuiten hebben we te danken aan het als een losgeslagen leipmongool door de duinen achter de konijnen aan struinen. We hebben nog een ander kunstje van de konijnen overgenomen en dat verklaart de explosieve bevolkingsgroei op een zeker moment in deze regio. Net als elk ander bergvolk hebben we lange tijd een geïsoleerd bestaan geleid, waardoor we in staat waren ons grootste erfgoed te ontwikkelen: de moeder aller talen en de eigenschap om elke dag uitgebreid over van alles en nog wat te griepen en te kankeren.
Áchter de duinen had je tot Gelderland hooguit ondergelopen moerasland. Zoetermeer zou nu gewoon onder water liggen, hetgeen trouwens sowieso geen slecht idee is.
De geschiedenis samenvattend zou je kunnen stellen, dat de cultuur hier al ontwikkeld was, toen de rest van Nederland nog aan het watertrappelen was. Die voorsprong hebben we –ondanks de hinderlijke aanwezigheid van de regering in deze stad- nog steeds.
Want wat heeft de rest van Nederland nou helemaal te bieden? Amsterdammers ontlenen hun zelfbewustzijn aan het feit dat we hun buitenwijk de status van hoofdstad hebben gegeven. Verder gaan ze er prat op dat de humor op straat ligt. Vooral laten liggen zou ik zeggen; dan kan ik er goed met m’n auto overheen. Rotterdam ziet er nog steeds uit alsof het gisteren gebombardeerd is en biedt al sinds de achttiende eeuw onderdak aan halfzachte asielzoekende Brabanders. Utrecht heet niet voor niks Domstad en de impotentie schiet in je ballen als je iedereen daar met de tongval van Tineke Schouten hoort praten. En de rest van Nederland is onderontwikkeld, maar boven nog niet…
Kortom; van Den Haag moeten we het hebben. Maar dan mot die cultuur wel aan de man worden gebracht. Dus heb ik effe snel een mini-onderzoekje gehouden onder een aantal Hagenezen op de Grote Markt. Ik zat er toch. “Is er een markt voor cultuur?”. Acht van de tien had als antwoord:
“Jawel, aan de Herman Costerstraat. Want daar sterft het van de culturen...”
Op zich een mooie gedachte, want in die hele smeltkroes van de Haagse markt heeft de Haagse cultuur een eigen gezicht behouden. Tussen veertig verschillende nationaliteiten door hoor je Turkse en Marokkaanse groentejongens rappend in plat Haags fruit, spruiten en blauwe wijndruiven aan de man brengen.
Het loopt daar wel aardig, maar het kan toch beter. Dus nou heb ik bedacht: we roepen elke week het mooiste meisje van de martkt uit tot Miss Kraam. Mot jij es kijke wat voor toeloop je krijgt.
Verder, het Koningshuis. Dat hoort toch wel bij de Haagse cultuur. Maar de Oranje-Nassautjes zijn ooit als Duitse badgasten hier naartoe gekomen, hebben een kuil van 65 kamers gegraven en zijn daar sindsdien in blijven wonen. En het is niet echt een trekker meer. Zeker niet na de dood van Bernard. Eén keer per jaar een handjevol minima naar Maxima laten wuiven en een paar bosmongolen koeklopend laten zakhappen zet althans geen zoden aan de dijk. Nou zou je zeggen, dan schuiven ze maar wat voor de cultuur, maar ook sinds de dood van Benno weten we dat ze het niet zo breed hebben. Sterker nog: op Huis ten Bosch hebben ze ALDI-thuisbezorgservice en er wordt gefluisterd dat Willem-Alexander op vrijdagavond als agent verkleed door het centrum zwalkt om wildplassers te bekeuren en de opbrengst in z’n zak te steken. Water management noemtie dat.
Om een beetje uit de impasse te komen stel ik voor om elk jaar, zo tegen eind april, een prijsvraag uit te schrijven met als hoofdprijs een lekker stuk Argentijns vlees, oftewel een hele Koninginnenach met Maxima.
Van de opbrengst gaan we de verschraling te lijf. Bij het IJspaleis ben ik al de eerste bibliotheeksnol tegengekomen. Een vrouw die zich aanbood voor geleende boeken.
Jacco (MakeYourMark), Karel (Zeiksijs) en Marnix (Haagse Harry)
Nog een suggestie: In Madurodam komen uitsluitend Haagse gebouwen te staan, zoals Haaglanden Megastores, Parkeergarage de Veerkaden en de Visafslag bijvoorbeeld. Dan weet ik wel iemand die voor weinig die lullige Amsterdamse geveltjes en dat rottige PSV-stadion met een voorhamer d’r uit wil raggen.
En laten we trots zijn op wat we hebben. Dus als er een bekende Hagenees overlijdt, dan gaatie eerst in een houten jurk op de middenstip van het ADO-stadion. Dan regel ik wel dat de Orgaandonateurs Frans Bauer laten zingen: “Heb je je lever voor mij?”
Polonaise om de kist, opbrengst voor de nabestaanden. Kortom; goed gevoel bij elke Hagenees. En heus; dat zet geen doden in de zeik. Eerder laten we zien dat we anders met de dood omgaan. Laten we als Den Haag hierin voorop lopen, doorbreek taboes en organiseer bijvoorbeeld in de Haagse crematoria open dagen op een vaste dag in het jaar: Aswoensdag lijkt me een heel geschikte dag. Als het dan niet te erg waait ten minste.
Stimuleer het oude ambacht. Maak van de Waldorpstraat een opleidingscentrum; leer jonge meisjes maar meteen tippelen, voordat ze beginnen met lopen. En hou nou es op zo op die loverboys af te geven. Benader dat eens positief. Die jongens doen ten minste wat met Windows. Tja, ze zetten er meisjes achter. Maar die hebben dan wel altijd een warm bed...
En laat die Pierre Kartner nou maar gewoon naar Den Haag komen met z’n idee voor een Smurf-Inn, een jeugdherberg uitsluitend bedoeld voor hele kleine meisjes met een wit mutsje.
Het kost wel enige moeite om in dit vakgebied een doorbraak te forceren trouwens. Want je krijgt niet direct alle medewerking. Zo heb ik alvast aan Kim Holland gevraagd of die club van haar in Scheveningen niet wat goedkoper kon. Toen zei ze verontwaardigd: “Rot toch op, je denkt toch zeker niet dat ik voor een paar Euro pees?”
Scheveningen kan sowieso überhaupt aantrekkelijker, dus doe de Duitse toerist een plezier en richt op de plek van Sealife het Adolfinarium in en laat de dolfijnen synchroon schuin uit het water opspringen. Bruinvissen zijn ook goed. Want laten we reëel zijn: ruim zestig jaar na dato wordt het strand toch nog steeds door de Duitsers bezet?
Nog meer oude ambachten. Naast Delfts blauw hebben we straks ook Haags geel en groen. De kleuren van de ergernis, die we in de vorm van spreuken gestalte geven op handgebakken tegeltjes. Weet ik veel, eh spreuken als:
‘niets is zo weinig geliefd, als een spreuk die van de wand af tieft’ of ‘op het Spuiplein laat ik alles lopen, want die fontein zet m’n sluitspier open’.
En ook heel Haags, iets over buitenlanders: ‘het leukste vindt een Fransoos toch wel een stok in zijn framboos’ Of: ‘waar een Hagenees ook heel blij van word, is een Duitser met één been tekort’
En laat het Residentieorkest nou ‘ns uit z’n hol komen. Goodwillconcerten en benefietvoorstellingen. Dat ging een aantal jaren geleden ook heel goed. Vlak na de vuurwerkramp traden ze belangeloos op in Enschede. Zonder strijkers natuurlijk, maar het ging om het gebaar.
Haal het Nederlands Dans Theater uit haar ivoren toren. Haal met behulp van workshops ballet en moderne dans op straat en laat daarmee zien dat het normaal en volstrekt legitiem is om desnoods met een omweg en motorisch gehandicapt naar de Albert Heijn te klapwieken, al is het wat lastig om in de spagaatstand je goudreinetten af te wegen..
Een moeilijke groep wordt gevormd door de architecten. In staat om de prachtigste gebouwen neer te zetten, maar zó manipuleerbaar door de macht dat ze ogenschijnlijk met het grootste gemak garant staan voor de vormgeving van gaskamers en concentratiekampen. Nu we het daar toch over hebben: die Haagse nieuwbouwwijken. Kunnen we niet organiseren dat er dagelijks nog een vliegtuig landt op Ypenburg?
Tja, en die jongens van ruimtelijke ordening? Vanuit de integratiegedachte zetten ze in de Schilderswijk net zo makkelijk een moskee naast een kinderboerderij. Je kunt dan nog wel de kool, maar niet de geit sparen.
Ja, laten we de zaken maar benoemen, zoals ze zijn. We moeten af van die watjescultuur. Onze cultuur heeft wel wat weg van snelwandelen. Je probeert onopvallend hard te lopen, maar valt juist op, omdat het lijkt of je een vracht stront in je broek hebt hangen. Sprinten is dus het devies!
En geen gepsychologiseer, maar productie! Wat nou, het zit er vandaag niet in? Wat nou, meneer de artiest of meneer de kunstenaar zit niet zo goed in z’n vel? Weet je wie niet goed in hun vel zitten? Patiënten van een brandwondencentrum!
En niet elk excuus maar voor lief nemen, maar als coach, dirigent of bijvoorbeeld artiestenbegeleider desnoods boven de kist hangen en peptalk toedienen:
“Dood, wat nou dood? Niks dood, dat zit alleen maar tussen je oren!”
Want de cultuur moet weer gaan bloeien, want daar wordt ik ook wijzer van. Al heb ik niet te klagen momenteel. Ik heb het zelfs zo druk, dat ik ’t niet alleen aan kan. Dus heb ik een paar jongens uit Zoetermeer gehaald. Goeie gasten hoor, maar Jezus dat taaltje van die gasten. Daarom heb ik dat jargon maar voorzien van een Haagse vertaling, want anders blijven het van die onverstaanbare provincieyuppen.
© Karel Kanits
HAAGSE CULTUUR...
Laat je licht schijnen over de geschiedenis van Den Haag en omstreken!
...EN GESCHIEDENIS
Interpretaties willen we, géén feiten. Of liever nog: we willen interpretaties die als feiten worden gepresenteerd. Het gaat om ons verhaal, want WIJ maken de geschiedenis en niet de historici. Een gezonde dosis geschiedvervalsing schuwen we daarbij niet. Dus kom maar op met je insinuaties en de gelogen waarheden en misbruik hiertoe van alle kanten: zeiksijs@haagsweb.nl
De ontwerper van de Tramtunnel komt uit de Lekstreek.
Joop Glimmerveen, leider van de in de jaren tachtig operationele fascistische Nederlandse Volksunie, heeft in zijn memoires toegegeven eigenlijk een homoseksuele neger te zijn. Hetgeen de geruchten bevestigt als zou Joop regelmatig worden gesignaleerd in de darkroom van saunaclub 'het gevallen zeepje'.
'Leger des Geils', zo werd een groep liefdadige straatprostituées genoemd die zich in de jaren twintig van de vorige eeuw zo rond de kerstdagen op de Waldorpstraat gratis aanboden aan minvermogenden.
Op begraafplaats 'Nieuw Eik en Duinen' beschikken necrofielen sinds 1985 over een eigen afzerkplek.
"En als wij, na een knokpartij met de M.E., in een willekeurig ziekenhuis in de provincie naar binnen liepen, stormden alle andere patiënten gelijk naar buiten en riepen ze: Ha, genezen!!! Ha, genezen!!!", aldus ADO-Den Haagsupporter Harry over de heilzame aanwezigheid van Hagenezen waar ook in Nederland.
Het gerucht dat de zingende Zoetermeerse zitzak Sugar Lee Hooper zelfmoord zou hebben gepleegd is hopelijk met bijgaande foto definitief weerlegd. Hier ligt zij nietsvermoedend te zonnebaden.
Om het zelfvertrouwen van Amsterdammers wat op te krikken hebben wij hun wijk in Den Haag-Noord maar de status van hoofdstad van Nederland gegeven.
Het Residentie-orkest gaf een benefiet-concert voor de slachtoffers van de vuurwerkramp in Enschede. De strijkers deden niet mee.
Het gaat slecht met onze kroonprinses, aldus een kort bericht op de voorpagina van de Haagse Courant: 'Maxima rond de 13 graden'!!
Cara-patiënten krijgen isolatiesubsidie in gehorig Moerwijk, aldus een hijgende voorzitter van de Haagse Astmavereniging 'Cara Oké!'
De aartsvader van het anarchisme, Domela Nieuwenhuis, die zijn hele leven anti-staat was geweest, had in zijn Haagse periode te kampen met een pro-staataandoening.
De laatste tijd worden er erg veel Limburgers gesignaleerd op het Prins Clausplein. Zij zouden op het gerucht af zijn gekomen dat daar 'vlaai over' is.
Kop in de Haagsche Courant: 'Masturberende brandweerman uitgerukt'
Kop in de Haagsche Courant: ' Speeltuinopzichter maakt wip in speeltuin'
Kop in Haagsche Courant: ' Schoenmaker maakt slippertje'
Kop in de Haagsche Courant: 'Huisarts belooft beterschap'
Kop in de Haagsche Courant: 'Patienten Brandwondencentrum zitten slecht in hun vel'
Het mooiste huis waar ik ooit in heb gewoond... in de Van Ostadewoningen. Beetje klein wel. Als je een scheet liet, schoot bij de buren het raam open....
Hulpstuk
Onlangs ontving ik hem weer, de PABO-gids. Nee, ik ga geen studie Pedagogische Academie beginnen. Ik heb het over de PABO-sekscatalogus. Nog niet zo dik als de Wehkampgids, maar toch een stevige honderd pagina’s aan seksattributen, hulpstukken, met opzet gehavende stringetjes en een scala aan SM-artikelen. De laatsten dan weer variërend van gietijzeren bustehouders tot labiavormig papier, waarmee je de partner licht kunt opschuren. Een overstelpende hoeveelheid. Zodanig dat ik geen keuze wist te maken, hoewel het ‘seksverrassingspakket voor hém’ me wel spannend leek. Stel je voor, je maakt het in de welbekende anonieme papieren zak verpakte pakketje open en in drie seconden staat er een zelfinflaterend wulps blond mokkel je gulp open te maken.
Besluiteloos leg ik het boekje opzij en volg gedachteloos het nieuws. Eerst een item over de Bouw- en Houtbonden, met zo’n zevengranentrut als woordvoerster die zonder met haar ogen te knipperen beweert dat de stukadoors nu toch aan hun plafond zitten.
Dan het komkommernieuwtje dat de Chinese restaurants steeds speelser met hun deegwaren omgaan en dat je bij de afhaalchinees leuke mie kunt krijgen.
Daarna een verslaggever ter plaatse, die in een seksshop en in het bijzijn van een daarin doorgestudeerde hoogleraar mag beweren dat pedofielen onschadelijk kunnen worden gemaakt als ze over een geëigend formaat opblaaspop kunnen beschikken. In beeld vervolgens een opgeblazen rubberen luierkont van een meter hoog mét lolly voor het geil openhangende nagenoeg tandeloze bekkie.
En voor we gaan naar beelden uit Irak een verontruste inwoner van Stampersgat, die zich zorgen maakt over de toenemende agressie tegen parkeerplaatshomo’s. Je zou dat in een plaats van die naam toch anders verwachten, bedenk ik me.
Waarna we overschakelen naar Irak. Oorlogsbeelden, terreuraanslagen, krijsende moeders en vrouwen en kapotgeschoten steden en dorpen. Mensen die worden bedreigd in al hun bestaansvoorwaarden. Daarna beelden van fanatieke moslims, die demonstreren in de straten van Caïro. Ik tel al gauw een, twee jongeren, maar voor de rest zie ik schuimbekkende veertigers en vijftigers. De leeftijd waarop je wat tot bezinning komt, zou je zeggen. Een Egyptische regeringsfunctionaris heeft de Koran verkeerd geciteerd en riskeert nu te worden gelyncht. Wat maken al die gasten zich toch druk om niks. Wat een humorloos en ultragrijs bestaan heb je toch als fundamentalist. Niks geen gelul over auto’s, wijven en voetbal. Niks geen geluier aan het strand, relaxt luisteren naar een band of gokken in het casino. Niks uitslapen, ochtendlijke vrijpartijen, de krant op bed, laveloos tegen de moskee aan pissen of roepen dat Mohammed een klootzak is.
Nee, vierentwintig uur in de ban van Allah en de Heilige Koran. De Jihad aan het genot!
’s Nachts droom ik van Osama Bin Laden. Ik betrap hem met Saddam Hussein. Op de grond ligt de Arabische versie van de PABO-gids. Dan draaien ze zich geschrokken in mijn richting. Ze hebben allebei een voorbindschaap.
© Karel Kanits (verhaal uit de bundel: 'In de schaduw van het IJspaleis', november 2005)
Nog ein keâh de Kjoe
“Hei, gozâh, doet mèn noggun Sneiwitje. Ik heb dogs assun Nèlpaagd met sùikâhziekte!”
“Zâh jè dat nâh nog wel doen, Geragd? Je ben met de âhtau. Straks fladdâh je assun lèpe zèksès auvâh de Soesdèksekade!”
“Ken mèn wat rotte. Vandaag hebbe we de einage echte Haagse rockâh gekreimeâhd. Dat mottik er effe ùitzùipe.”
D’r heâhste un mineuâhstemming in Musicon. De leatsingâh van de ‘Kjoe’ was annun hagtaanval auverleide. ‘Kjoe Sixtievèf’ is nau moâh!
s‘Middags hadde ze bè de kremaasie op ‘Èk en Dùine’ nog vrauluk bieâh laupe zùipe en God gefeiliciteâhd met zau”n graute anwins voâh Zèn toch behoâhluk ingekakte Heimol.
“God, wie gif joe âhwer wan en aunlie Willem Bielâh!”
“Ja, Geâh, dat hebbie nâh al vèftag keâh geroepe. Gaat lekkâh naah hùis en schùif je lùike dich.”
“D’r is niks meâh auvâh vannut âhwe De Haag. ‘Hans & Grietje’, de ‘Mareton’, de ‘Tauys’… allemaal plèthène. Maar die âhwe bends kaume allemaal trug. Ik was zau blè dat die gaste van de ‘Kolde Ierring’ nâh es effe achtâh hun ège Naakte Trutte an ginge zitte. Nâh hadde de ‘Kjoe’ en auk ‘Supâhsistâh’ èndeluk un beitje èâhplei kenne krège, stap Willem d’r ùit…”
Draumerag keik Geragd in ze glas. Hè zag ze ège hauf langzaam verandere in dat van Willem Bielâh. Ommut beild vas te hâhwe, nam Geragd noggun paah graute slokke. Het lukte; Willem knipaugde naah Geragd, die verstèfde en ùitriep: “Hei, Bielâh bejje un beitzzzje haumauzzzuweil, ofzzzau?”
“Nei joh, Geâh. Doet niet zau wâhs. ’t Issier bauve bes kicke, trâhwes. Ik heb al gedjemd met Djimmie Hendriks en met Braajun Djauns. Duwetje gezonge met Djennis Djoplin, onwès te gek.”
“Maar maui dat de ‘Kjoe’ nauit meâh speilt nâh jè wogd ùitgestrauid!”, antwoâhdde Geragd sjaggerènag.
“Weit je wat Geâh? Ik weitut maii gemaak”, zè Willem: “Wrèf us met je glas auvâh je dèbein!”
“Zie’k zau bleik? Straks denke ze hieâ nog dattik erauties gaat stèldanse. Pleuâht lekkâh op!” Geragd keik kwaad naah ze glas met de Bielâh-figuâh.
“Doet ut nâh un keâhtje voâh mèn.”, drong Willem an: “Mot jè es kèke wattâh gebeuâht, jonge.”
Zau bezaupe assie was, besefte Geragd dattie behoâhluk voâh lèp zâh staan assie met ze bieâhglas auvâh ze dèje zâh gaan wrève.
“Maak ut wat ùit waah ik gaat staan wrève. Ik bedoel, kennik dat nie gewaun effe opput schèthùis gaan doen?”, flùistâhde Geragd teige ze glas.
“Ja, dat maak ùit. Je denk toch nie dattik de pleibogstel as miekraufaun gaat gebrùike? Glè effe vajje kruk en gaat met je zadolkant naah de bar staan!”, sprak Willem streng.
“Aukei, wat jè wil. ’t Is jâh dag vandaag. Lèp Zuâhdeig”, mokte Geragd en ging met ze rug naah de bar staan.
“En nâh wrève, klautviaul!” Willem wegd nâh een beitje kniftag.
Wèfelend brach Geragd ze glas ter haugte van ze linkâhdèbein en keik van bauvenaf in ze glas. Doâh de schùimkraag hein keik Willem hem gedeisideâhd aan. Intusse keik iederein in de bar nieuwsgierag naah Geragd.
“Gaat jè je glas volzèke? Mot je ‘m wel eâhst leigzùipe, drùiplul”, zè Thès, ut jongste broeâhtje van Geragd.
“Hâhd je knar effe, ik ken Willem nie verstaan.”
“Wrève! Wrèf nâh un keâh, zâhtje”, riep Willem vanùit ut glas.
Èndelijk durrefde Geragd het aan. Eâhst nog voâhzichtag, maar gaandeweg heftigar wreif hè ze glas langs ze dè. En net toen de barman de Crisisdiens van de RIAGG wâh gaan belle, leik er een bom te ontploffe. Ùit de rauk stapte Willem Bielâh tevoâhschèn en er klonke bekende kogt aangemeite gitaahakkoâhde:
“Dis is mè lèf of sednes.
Dís is de lèf È lif.
Dis is mè lèf of glednes.
Dis is de lèfe È lift”
© Karel Kanits (geschreven n.a.v. de dood van Willem Bieler in 2001; destijds geplaatst in ‘De Posthoorn’ ihkv het thema ‘Sprookjes van 2001 nacht’)
| LET OP: DE DEFINITIEVE DOORBRAAK VAN "GOLDEN PIERCING' IS AANSTAANDE MET HET NUMMER: "DE HAAG BRUÌS..." |

* Op 22 februari 2004 vond in het Paard de Haagse Zangmarathon plaats: ruim 100 Haagse liedjes, waaronder "Den Haag Brùis", waren te beluisteren. De act, geïnspireerd door de Blues Brothers en praktisch ingegeven door gebrek aan enig maatgevoel, sloeg aan. In die zin dat een uitnodiging volgde voor het Wereldmuziekfestival. Het succesvolle componistenduo Prins/Kanits gaat vrolijk door en komt komend voorjaar met een CD met Haagse songs (met titels als: 'Toen was geruk heel gewoon' en 'Kapitein, je haar zit in de klit'). Of er aansluitend een tournee zal volgen hangt sterk af van de beschikbaarheid van De Kuip en de Arena. Eén optreden staat in ieder geval vast: op 18 augustus 2008 op camping 'Heidebloem' te Garderen, tijdens het jaarlijkse kampvuur (ná de workshop 'Bi-seksueel Volksdansen')

Golden Piercing op tournee in Belgie
Den Haag bruist
Vanaf de Haagse Toren ken je kijke
Tot ver voorbij de Haagse buitenwijke
Kijk je naar de stad
Dan zie je een donker gat
En puien om tegen aan te zeike
Kijk, daar rijdt een tram door de grachte
Die tramtunnel zijn ze aan ‘t verkrachte
Een hele diepe put
Wat is dat nâh toch kut
Ach, Deetman houdt van natte schachte
Refr.: Den Haag bruist
Daar zijn we lekkâh ingeluisd
’t Lijkt een dooie boel, maar ik voel me d’r
hélemaal in thuis
Waar ik zo onwijs van ken geniete
Zijn die lekkere Haagse griete
Een ruig beboste scheur
Een vracht hout voor de deur
Dat zijn de échte Haagse Tiete!
In ’t IJspaleis daar mot je wete
Voor welluk loket je gaat staan zwete
Ben je klaar met je gezoek
Komtah in een wijje broek
Zo’n klote-pubâh om je heen staan skate
Refr.: Den Haag bruist
Daar zijn we lekkâh ingeluisd
’t Lijkt een dooie boel, maar ik voel me d’r
hélemaal in thuis
brug
De Haegsche cacque
Heeft zich gedistantieerd
Die zeggen liever dat Den Haeg ejaculeert
Een schuimend enthousiasme
Een kakkineus orgasme!
't Ken een Hagenees geen kankâh schele
Of tege wie ADO zou motte spele
Maar komp Ajax op bezoek
Is dat weer andere koek
Amstâhdammâhs slachte, dat zijn rituele
Refrein (3x)
Vanaf 16 oktober 2004 is dit een dagelijks Haags tafereel. Haagse Hippo is een voorbeeld van Generatio Spontanea; een (onder vochtige omstandigheden) spontaan ontstane levensvorm. Frappante gelijkenis met de Haagse burgervader: Hippo heeft hetzelfde metabolisme
Dat Gezeik over die Tramtunnel...
“Dag lieve mensen. Welkom hier op het tramplatform van het Centraal Station. Zo dadelijk kunt u uw rollator, rolstoel, kunstheup en stoma toevertrouwen aan de medewerkers van de HTM. Zij zullen u zo dadelijk lijn 2 in loodsen. We hebben voor u speciaal een feestelijk opgetuigd rijtuig gereserveerd; en wel die met de skailederen stoelbekleding. Enigszins wit uitgeslagen, want ja we vervoeren vaker bejaarden en die lekken nou eenmaal door. Maar dat hoef ik u allemaal niet uit te leggen.
Toch doe ik bij deze een beroep op uw kringspierbeheersing, onder het motto: “onthoud: als ù het ophoudt, hebben wij minder oponthoud! “
Als u straks in de tram het skai besprenkelt met de flesjes Boldoot die u bij binnenkomst in de tram van de bestuurder krijgt uitgereikt, dan heeft u nagenoeg geen last van geurtjes. En van het aroma zult u het moeten hebben, want in deze tram kan er geen raam open. Want daar kunt u immers niet tegen.
Het interieur biedt voor het overige het volgende comfort: aan de rugleuning van elke stoel hangt voor ieder een leuke attentie, een tasje met daarin: een rol pepermunt, een haarnetje, het aan de kleinkinderen aan te bieden paaseitje uit 1970 en een krantenartikel over blaaszwakte, getiteld: Bent u ook zo’n urineruïne?
Voorts heeft u de beschikking over een rollatorvriendelijk chemisch toilet, een huidrimpeldieptemeter, een rugharentrimmer en een megafonische geluidsinstallatie met voor 1500 kilometer gegarandeerde schlagermuziek!
Zo dadelijk maken we dus het eerste ritje met u door onze gloednieuwe tramtunnel.
De bestuurder op de heenweg heet Ab Ces. Ab lijdt aan chronische endeldarmfistelvegetatie, waardoor hij zich genoodzaakt ziet om staand het rijtuig door de tunnel heen te loodsen. Het spreekt vanzelf dat hij onder zulke omstandigheden liever niet gestoord wil worden met de vraag of hij het cassettebandje wil verwisselen. Ab is inmiddels specialist in het vinden van beschutte plekjes om te wateren; hij heeft werkelijk een encyclopedische kennis van de urinewegen in de tunnel.
Vragen kunt u te allen tijde stellen aan onze reisleidster Saskia. Sas is een robuuste blaaszwakke vrouw van achter in de veertig. Vanwege haar zwakke kringspier wil Sas niet te vaak bij haar naam worden aangeroepen. Om de 20 minuten moet deze Loosdrechtse plassen… Haar blijmoedige levensmotto: ‘Als je regelmatig je kont inent, word je niet incontinent…’
De reis zal tussen de 10 minuten en tweeëneenhalf uur in beslag nemen, afhankelijk van het aantal keren dat we moeten stoppen bij een al dan niet openbare waterplaats. Aanbeveling bij dergelijke stops is dan ook: wees watervlug en druppel niet na. Er zijn echter ook mensen die lijden aan watervrees en dus niet makkelijk tot een urinelozing komen met zeventig paar ogen in de rug.
Om hen niet ten prooi te laten vallen aan een watersnoodramp stoppen we ook op meer beschutte plaatsen in de tunnel. Waarbij we wel het risico lopen te worden verbaliseerd door de waterpolitie. Want wildplassen is verboden. En echt wild plassen –bijvoorbeeld achtjes in het luchtruim schrijven- wordt helemaal zwaar bestraft. Overigens geeft de reisleidster, bij wijze van extra service, onderweg regelmatig de waterstanden door...
Mocht u tussentijds de tram willen verlaten, dan kunt u dat doen bij de in de tunnel aangebrachte speciale aanlegsteigers van lijn 2. De eerste halte is vernoemd naar de wethouder, die destijds de plannen voor de tramtunnel er door heeft gedrukt. Bij halte ‘Te Meijer’ dus is het straatniveau eenvoudig te bereiken via seniorvriendelijke, smalle steile trappen die decoratief zijn bezaaid met het glas van door onze fijne hangjeugd stukgegooide bierflesjes.
Bent u minder goed ter been, dan kunt u de lift nemen. Die zijn echter wat krap bemeten. Ze bieden hooguit plaats aan vier volwassen dwergpygmeeën met groeistoornissen.
Bij alle haltes hoort u op achtergrond klassieke muziek opklinken. Het zij benadrukt dat dit slechts een experiment betreft. Temeer daar dit soort muziek na een copieuze maaltijd danig op de zenuwen kan werken. Dus vul eerst het formulier voor de ideeënbus voordat u geïrriteerd bedenkt: “Ik neem Bach anaal”,
Voorts zijn de haltes, die overigens zijn voorzien van een vernuftig drainagesysteem, kunstzinnig vormgegeven en geheel ingericht naar de smaakvolle inzichten geldend in het Auschwitz van 1943 en kennen ze stuk voor stuk een interessante groengeelkleurige biotoop van authentieke oud-Haagse schimmels.
Omdat we weten wat voor effect vocht en water hebben op mensen met blaasproblemen, hebben we in onze tunnel speciale voorzieningen aangebracht. Wij zeggen wel eens: als je overal wordt afgezeken, kun je altijd nog in de tramtunnel terecht, beste mensen. Een hele reeks specifieke producten kunt u bekomen bij onze boetiek, zoals blaaskaak, waterijs, speciale watertanden en natuurlijk de ouderwetse blaasbalg.
Midden in de tunnel treft u een bij het uitgraven aangetroffen laat dertiende-eeuwse pispaal, die overigens een hevige gelijkenis vertoont met onze huidige burgemeester. Wenst u gebruik te maken van de toiletten op de haltes, weet dan dat u alleen toegang heeft met de speciale waterpas.
Voor de religieuzen onder u met grote aandrang is er zelfs de mogelijkheid om tot bezinning te komen in de ondergronds aangebrachte blaaskapel.
Wat het feestprogramma betreft: helaas heeft zwemster Inge de Bruijn op het laatste moment moeten afzeggen; het gerucht gaat dat haar zwemvliezen zijn gebroken. Ook Sugar Lee Hooper laat het afweten. Uit protest tegen de tramtunnel is zij in hongerstaking gegaan. Uit betrouwbare bron hebben we vernomen dat zij nog maar 46 jaar te leven heeft. En tja, ook André Hazes laat verstek gaan. Na bijna heel zijn leven in de Pijp te hebben gewoond is hij nu de Pijp uit. Pleister op de wonde voor zijn weduwe: die ontvangt een erfenis van 4 miljoen Euro aan statiegeld.
Op de terugreis is Art Rose de bestuurder. Ondanks al zijn ervaring zal hij u met knikkende knieën naar het Centraal Station terugbrengen. Art is een wat stille, teruggetrokken man. Maar dat kan ook te maken hebben met het feit dat hij al sinds de laatste tunneloverstroming in 2001 in lichtcomateuze toestand verkeert. Op onze vraag of wij tijdig zullen aankomen, kneep hij ons niettemin geruststellend tweemaal in de hand.
Dank u wel voor uw aandacht en nu moet ik heel nodig even naar het toilet…”
© Karel Kanits